Martijn in Frankrijk

Spreek ik al vloeiend Frans?

Terwijl ik laatst – op zoek naar een opticien –  door mijn Franse ‘home town’ liep, werd ik aangesproken door een oude Franse man. “Weet u misschien waar ik de supermarkt kan vinden?” vroeg hij in het Frans. “Jazeker weet ik dat!”, antwoordde ik ook in het Frans, waarna ik de dankbaar kijkende meneer uitlegde hoe hij de supermarkt kon vinden. Pas later besefte ik me dat ik zonder na te denken een praatje gemaakt had met een vreemde Fransman! Zo bijzonder is dat nu niet eens meer, maar als ik dan bedenk dat me dat zo’n 8 maanden geleden nooit gelukt was, zie ik toch wel in hoe bijzonder het is wat zo’n jaar in het buitenland met je doet. 

Al meer dan 8 maanden woon ik inmiddels in Frankrijk. En eigenlijk besef ik me nog te weinig dat ik inmiddels een échte Fransman geworden ben. Ik heb nog steeds écht Nederlands bloed en een écht Nederlands paspoort maar de Franse taal en cultuur is me steeds meer eigen geworden. Terwijl ik begin dit jaar nog weleens moest nadenken over wat ik wilde zeggen en vooral hoé ik dat dan kon zeggen, gaat dat nu allemaal vanzelf.

Ik ben van mezelf best wel perfectionistisch, niet snel zal ik dan ook zeggen dat ik iets echt goed kan. In het dagelijks leven spreek ik zonder problemen Frans, maar als het gesprek over een bepaald specifiek onderwerp gaat, dan moet ik weleens naar woorden zoeken. “Zie je wel, ik spreek geen vloeiend Frans”, zeg ik dan tegen mezelf. Maar het is best interessant om daar eens over na te denken, want hoe werkt dat nou, het leren van een taal? En vooral: wanneer spreek je ‘m vloeiend? Ik ben ervan overtuigd dat je een taal alleen kunt leren door het in de praktijk toe te passen. Al die honderden Duitse woordjes die ik dagen in m’n hoofd heb lopen stampen voor mijn tentamens op de middelbare school; wat heeft me dat nou opgeleverd? Juist, helemaal niks. Hier in Frankrijk heb ik meerdere Duitssprekende vrienden en nadat we weleens probeerden te communiceren in het Duits, schakelden we al snel over op het Frans, want die taal gebruik ik wél iedere dag, en daar kan ik me dus veel makkelijker in uitdrukken. Een taal veel gebruiken in de praktijk is dus de sleutel tot het vloeiend beheersen van die taal. En dat geldt niet alleen voor vreemde talen. Heb je ooit een baby woordjes zien stampen? Nee, jonge kinderen leren hun moedertaal door zo veel mogelijk te proberen woorden uit te spreken, mensen in hun omgeving te horen praten, fouten te maken en vaak gecorrigeerd te worden. Nadat een kind jarenlang de taal spreekt en hoort, zal ‘ie de taal zonder problemen kunnen spreken. Iedereen, jong en oud, zal dan ook zeggen dat ‘ie zijn of haar moedertaal vloeiend spreekt. Hoewel, diegene echt niet alle bestaande woorden kent. Welke woorden iemand wel of niet kent, heeft heel erg te maken met het milieu waarin een persoon is opgegroeid. Een kind van twee artsen zal een andere woordenschat hebben dan een kind waarvan de ouders in de politiek werken. Zo zal de ene persoon misschien weten wat ‘hypertensie’ is terwijl ‘ie er niks van snapt als een ander het heeft over een ‘demissionair kabinet’.

Ik woon dit jaar in een gastgezin dat ontzettend van koken houdt. Ik ken inmiddels zo ongeveer de hele Franse keuken. Mijn gastouders betrekken mij daarbij en leggen dan ook graag dingen uit. Een Italiaanse uitwisselingsstudent bij mij op school leeft in een heel ander gezin. Hij had géén idee wat een ‘fouet’ was, terwijl ik hem zonder na te denken kon uitleggen dat dat een garde is. Zo zag ik dus in, dat vloeiend zijn in een taal niet per se iets te maken heeft met de hoeveelheid woorden die je kent. Voor iedereen zal het ‘vloeiend’ zijn in een taal een andere betekenis hebben. Je zult altijd nieuwe woorden blijven leren, of het nou gaat om een vreemde taal of je moertaal. In welk milieu je leeft en waar je opgegroeid bent, bepaalt dus hoe groot je woordenschat is per onderwerp.

Toen ik laatst in de stad de opticien had gevonden die ik zocht, vroeg ik de man achter de balie of ze toevallig maandlenzen op voorraad hadden. Ik vertelde hem mijn oogsterkte en na even te hebben gezocht kwam hij terug met twee verschillende lenzen; ‘bihebdomadaire’ stond er op een van de doosjes; tweewekelijks betekent dat. De verkoper vertelde mij echter dat ik met die lenzen 8 maanden vooruit zou kunnen, wijzend naar de verpakking waar ‘bevat 8 setjes’ geschreven stond. We raakten in een discussie en ik legde hem vervolgens uit dat ‘bihebdomadaire’, tweewekelijks betekent.  Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te begrijpen dat de lenzen na 4 maanden dan toch echt op zijn. Uiteindelijk gaf hij me lachend gelijk, en ook ik kon tevreden de winkel verlaten, want had ik nou zojuist een Fransman iets uitgelegd over zijn eigen taal?

Na mijn lenzen gekocht te hebben ging ik even wat informatie opvragen bij de plaatselijke VVV: ‘l’office de tourisme’. Omdat ik over minder dan 2 maanden terugvlieg naar Nederland wil ik toch nog graag volop profiteren van mijn tijd in Frankrijk en zoveel mogelijk bezoeken en ontdekken. De mevrouw van de VVV legde mij heel uitgebreid alles uit over de omgeving, en antwoordde uitgebreid op mijn vragen. Voordat ik wilde vertrekken vroeg ze me: “Kom je hier eigenlijk uit de buurt? Omdat je informatie over je eigen omgeving wil hebben?” “Nee niet echt! Ik kom uit Nederland en woon dit schooljaar hier in Frankrijk.” antwoordde ik. “O, vandaar! Ik dacht al een klein accent te horen!” reageerde ze. Dat ik niet direct gezien werd als een toerist, maar als een echte Fransman, betekent toch best veel voor me! Stiekem ben ik wel een beetje trots dat het doel om fransman te worden, dat ik al sinds het begin van dit jaar heb, steeds meer werkelijkheid begint te worden.

8 maanden ben ik dus inmiddels al ondergedompeld in de Franse taal en cultuur. 8 maanden woon ik hier zonder mijn Nederlandse familie en vrienden. Tot afgelopen week mijn ouders en zusjes mij en mijn gastgezin een bezoekje kwamen brengen. Ik ken hier inmiddels de hele regio, dus ik kon ze alle mooie plekjes laten zien. Niet te omschrijven is het, hoe bijzonder het was om ineens met mijn échte familie rond te lopen in mijn Franse stad. Nog vreemder was het om ineens weer heel veel Nederlands te kunnen praten. Mijn ouders spreken nauwelijks Frans, en nóg minder spreekt mijn gastfamilie Nederlands. Dus werd ik al snel als tolk gebruikt. Het ene moment keek mijn Franse (gast)familie me met verwondering aan terwijl ik in het Nederlands iets uitlegde aan mijn zusjes of ouders, terwijl het volgende moment mijn Nederlandse familie juist weer onder de indruk was van de snelheid en het gemak waarmee ik Frans sprak.

Het kwam weleens voor dat mijn gastmoeder iets vertelde in het Frans en ik zó makkelijk begreep dat ik het vervolgens vergat te vertalen. “Wat zeggen ze?” vroeg mijn moeder dan. Ik besefte dan niet altijd dat mijn ouders dat natuurlijk niet konden verstaan en dat ik eigenlijk in een geweldige positie zat zo tussen beide families in. Het idee dat ik gewoon alles kon verstaan terwijl mijn ouders en zusjes géén idee hadden waar mijn Franse gastfamilie het over had, was heel bijzonder. Het idee dat ik me met mijn talenkennis als het ware in twee verschillende werelden tegelijk kon bevinden was prachtig. Ik was de enige die iedereen aan tafel met elkaar kon laten communiceren, want hoewel je met gebaren best wat aan elkaar duidelijk kunt maken, lukte het mijn Nederlandse en Franse ‘ouders’ anders niet om een normaal gesprek te voeren.

Een paar dagen geleden, toen mijn ouders, zusjes en ik tijdens ons dagje Lyon een aantal winkels bezochten, bleven de verkopers al gauw ver van ons af toen we Nederlands-pratend een schoenenwinkel binnenkwamen. Mijn zusje wilde echter wel graag advies over de schoenen die ze paste. Ik liep op een verkoopster af en sprak d’r in vloeiend Frans aan. “Wow, je praat gewoon Frans!?” was het eerste wat ze reageerde. “Ik hoorde jullie een vreemde taal praten dus durfde niet goed op jullie af te komen”, vervolgde ze. Nog steeds verbaasd dat ik gewoon Frans praatte, liep ze met me mee naar mijn zusje. “Zou je tegen je zusje willen zeggen dat het beter is als ze een halve maat groter probeert?” vroeg ze mij. Zo werd ik weer als tolk gebruikt om mijn zusje met de Franse verkoopster te kunnen laten communiceren. Voordat we de winkel verlieten gaf ze me toch nog even een compliment: “Ik ben er nog steeds van onder de indruk dat je zo goed Frans spreekt.” zei ze. De rest van de week keken overal weer Fransen op wanneer ik ineens Frans begon praten, terwijl ze een groepje Nederlandse toeristen dachten te zien!

Oké, ik kan toch wel voorzichtig concluderen dat de volgende keer dat iemand mij weer de weg naar de supermarkt vraagt, we er gelijk een heel gesprek over kunnen voeren, want blijkbaar spreek ik dus écht vloeiend Frans!

Ik heb een video gemaakt, volledig in het Frans. Die video is hieronder te bekijken: 


"Soms begrijp ik de Franse logica niet helemaal!"

Tegen veel vooroordelen in, zijn Fransen toch ontzettend sociale mensen. Nederlanders hebben vaak een bepaald beeld van Fransen, dat – zo ontdekte ik het afgelopen half jaar – helemaal niet klopt. Fransen zijn eigenwijs, doen nooit de moeite om Engels te praten en rijdend in hun auto zouden ze voor een zebrapad nooit stoppen; kreeg ik vaak te horen voordat ik vertrok naar Frankrijk. Maar nadat ik de hele dag tienduizend keer pardon[1] en excuse-moi[2] aanhoor bij iedere keer dat iemand me zachtjes aanstoot terwijl hij of zij me wil passeren, en ik iedere keer maar weer aangeef dat het niet erg is en dat ze zich niet hoeven te verontschuldigen; doen die gevoelige Fransen dat toch iedere keer weer. Ook begroeten en gedag-zeggen is heel belangrijk voor Fransen, maar voor een buitenlander zoals ik soms niet altijd even goed te begrijpen. Iedere ochtend geef ik mijn gastmoeder een bise[3], een keer links en een keer rechts, daarna zeg ik het bijna heilige Franse woord bonjour[4]. Dit is het begin van elke Franse dag. En elke dag eindigt ook weer met hetzelfde ritueel. Voordat ik mijn bed inga wens ik mijn gastmoeder eerst weer bonne nuit[5] waarna ik haar weer twee kussen geef.

Soms begrijp ik de Franse logica echter nog niet helemaal. Toen ik laatst op de bus stond te wachten kwam een Franse vriend - die ik al een tijdje niet gezien had - langslopen. Al lopend geeft ‘ie mij een hand. “Ça va?”, vraagt hij. Op zijn vraag of alles goed gaat wil ik antwoorden, maar voordat ik mijn mond open kan doen is hij alweer weg. ‘Leuk’ dat je zoveel interesse toont, denk ik nog, maar dat is nou eenmaal de Franse manier om te begroeten; vragen of alles goed gaat om het maar gevraagd te hebben, niet omdat ze zo graag het antwoord willen weten. En dat doen echt alle Fransen precies zo! Ça va?[6] - misschien wel de meest gebruikte zin in de Franse taal – is vaak gewoon een manier van begroeten, geen serieuze vraag. Je moet het maar weten.

Vorige week kwam mijn gastmoeder tussen de middag thuis eten. Als een echte Fransman loop ik vervolgens naar haar toe om d’r te begroeten en twee kussen te geven. Mijn gastmoeder begint hard te lachen; “Wat doe jij nou weer?”, vraagt ze. Ik weet niet wat me overkomt! Ik begroet d’r toch netjes, denk ik. “We hebben elkaar vanochtend toch al gezien,” zegt ze “dan hoef je me nu toch niet weer te begroeten!” Blijkbaar begroeten Fransen elkaar één keer per dag; alleen wanneer ze elkaar voor het eerst zien. Zien Fransen elkaar meerdere keren per dag, dan kan er vaak nog geen hoi vanaf. Hoewel dat raar voelt voor mij, is dat nou eenmaal hoe de Franse cultuur werkt. En ook dat moet je maar net weten. Gelukkig woon ik een jaar lang in Frankrijk en heb ik alle tijd om al dat soort bijzondere gewoontes te leren, die je als toerist bijvoorbeeld nooit te weten zou komen!

Inmiddels is het halverwege maart, wat gaat de tijd toch snel. Ik realiseerde het me een paar dagen geleden ineens toen ik om 7 uur ’s ochtends in het licht stond te wachten op mijn schoolbus. Het viel me zo op omdat het de afgelopen weken heel normaal was dat ik in het donker op school kwam. Maart is alweer de zevende maand van mijn avontuur in Frankrijk; al meer dan een half jaar ga ik naar school in Frankrijk. Dat betekent ook dat ik dus nog maar 3,5 maand te gaan heb, van die tijd ga ik nog zo goed mogelijk proberen te genieten! Zo ben ik twee weken geleden op wintersport geweest, voor het eerst in m’n leven.

CEI, de Franse partnerorganisatie van Travel Active organiseerde een vakantie in de bergen voor alle uitwisselingsstudenten die van over de hele wereld komen en op dit moment – net als ik – in Frankrijk zitten.  Maar naast de buitenlanders waren er ook Fransen die meegingen de bergen in. Dat was eigenlijk best leuk, want dat weerhield ons uitwisselingsstudenten er toch van om Engels te praten en dus praatten we allemaal gewoon Frans met elkaar. Alle ‘buitenlanders’ konden prima Frans en dus konden we elkaar goed begrijpen. Wel was het soms even wennen dat er dus ook échte Fransen bij waren. Ik hoorde een keer iemand zich verspreken in het Frans, maar het viel me op dat zijn Franse accent best wel goed klonk! Toen ik opkeek zag ik dat het gewoon een Franse jongen was, vandaar dat hij dus zo goed praatte!

Vlak nadat ik voor het eerst in mijn leven op de ski’s was gaan staan, kwamen we aan bij de zogenaamde tire-fesse. In het Nederlands noemen ze zoiets volgens mij een sleeplift; zo’n ding dat je tussen je benen doet om vervolgens keihard een berg opgetrokken te worden. Toen ik opgelucht zonder te zijn gevallen bovenop de berg aankwam, keek ik even naar beneden; een steile afdaling lag voor me. Een voor een moesten we naar beneden skiën zodat de gidsen ons konden beoordelen en in een groep op niveau konden indelen. Heel enthousiast liet ik mezelf recht vooruit naar beneden glijden. Ik kreeg meer en meer vaart en toen ik eenmaal beneden aankwam ging ik zó snel dat een boom de enige optie was om tot stilstand te komen. Mijn niveau was dus snel bepaald: les débutants[7]

Maar toen ik eenmaal met mijn groep aan het skiën was, kreeg ik het eigenlijk al vrij snel onder de knie. Nadat ik na een paar uur eenmaal doorhad hoe het moest en wat de juiste techniek was ging het eigenlijk ontzettend goed. Steeds kon ik een stapje verder gaan, meer snelheid nemen en afdalen van steilere pistes. Na vaak onderaan de berg te moeten wachten op de rest van de groep, besloot ik om met de andere groep mee te gaan. Mijn nieuwe groep nam alleen maar rode pistes, dat zijn – op de zwarte na – de moeilijkste pistes. Meerdere keren heb ik gedacht dat ik doodging, maar zonder uiteindelijk te vallen heb ik de hele dag met de andere groep mee geskied, dat was echt een topkeuze!

De nachten brachten we door in een groepsaccommodatie, waar we iedere avond ook een activiteit deden. Na een hele dag skiën en een avondactiviteit, was ik blij als ik rond middernacht mijn bed in kon duiken. Hoewel het vaak nog wel even duurde voordat ik ook echt rustig kon slapen in een kamer waar we met z’n zessen lagen! Toen ik op een avond in slaap probeerde te vallen, hoorde ik een paar jongens – denkend dat ik sliep -  praten over mij. “We kunnen nu eindelijk praten over die Nederlander.” zei iemand. “Ja, sommige buitenlanders kun je gewoon uitschelden waar ze bijstaan, begrijpen ze toch niet! Maar Martijn begrijpt gewoon echt alles, hoe kan zijn Frans nou zo goed zijn?” "Toen 'ie binnen kwam lopen dacht ik eerst dat 'ie gewoon Frans was!" reageerde een ander. Blijkbaar begin ik al steeds meer een Fransman te worden! Lachend viel ik uiteindelijk in slaap.

Na een week geskied te hebben ging ik het laatste weekend van Februari weer terug naar mijn gastgezin. "We eten vanavond endives[8]." vertelde mijn gastmoeder mij op de terugweg naar huis. Toen we 's avonds aan tafel zaten zette ze in plaats van andijvie echter witlof op tafel! Had ik het nou niet goed begrepen? “Dit zijn toch geen endives!” zei ik tegen mijn gastouders. Mijn gastmoeder verzekerde me ervan dat het toch echt hun zogenaamde andijvie was. Toen ik een foto van ‘mijn’ (groene) andijvie liet zien, hadden mijn gastouders geen idee wat het was.  Na een lange zoektocht op internet, kwam ik erachter dat onze andijvie niet groeit – en dus niet gegeten wordt – in Frankrijk. In Frankrijk is andijvie de benaming voor onze witlof. Best bijzonder vond ik dat! Samen met mijn gastmoeder nam ik vervolgens een kijkje in een ‘typisch-Nederlandse-gerechten-kookboek’. Nadat ze bij de gewone gerechten al opgemerkt had dat wij Nederlanders wel echt ontzettend veel aardappels eten, kwamen we aan bij de stamppotten. Mijn gastmoeder wist niet wat ze zag; “Waarom serveren jullie die groenten en aardappels niet gewoon heel!?”. Ik sloeg de bladzijde om en één van de eerste stampotten was natuurlijk boerenkool. Tot mijn grote verbazing had mijn gastmoeder ook daar nog nooit van gehoord. Ik had er eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan dat bepaalde groenten die voor mij zo ontzettend normaal zijn in andere landen gewoon helemaal niet bestaan!

De laatste pagina’s van het kookboek waren gewijd aan gebak. Een prachtige foto van een heerlijke typische Nederlandse appeltaart liet het water al in m’n mond lopen. Ernaast stond een kop koffie en dat viel mijn gastmoeder gelijk op. “Bah, drinken jullie zo’n grote kop koffie bij de taart!?”. Daar kwam het cultuurverschil tussen mij en mijn gastmoeder weer even omhoog. Voor haar is een taart een dessert en daar hoort dus geen koffie bij. Het warme eten en dessert is vrij laat op de avond en doordat het zo uitgebreid is, wordt er de rest van de avond niets meer gegeten of gedronken. Ik legde mijn gastmoeder uit dat het voor mij heel normaal is dat als we vol zitten na een warme maaltijd, we een simpel nagerecht nemen; meestal gewoon een schaaltje yoghurt of vla (wat hier in Frankrijk overigens ook niet bestaat). ’S Avonds, een paar uur nadat we het eten op hebben drinken we dan nog een kop koffie en is er daarnaast plaats voor een lekker appeltaartje. Mijn gastmoeder trok een vreemd gezicht bij het idee van een koffie in de avond. Maar ach, ieder zo zijn gewoontes he!

De vakantie in de bergen afgelopen vakantie was voor mij een paradijs voor het maken van foto’s en video’s. Degenen die me al even volgen weten dat ik naast deze blog ook veel video’s maak, als een van mijn grootste hobby’s. Sinds ik naar Frankrijk vertrokken ben probeer ik zo vaak mogelijk een filmpje te plaatsen op mijn eigen youtube-kanaal. Onderaan deze blog vind je mijn nieuwste video. Een tijdje geleden zijn mijn video’s ook opgemerkt door Travel Active, zo ben ik gevraagd voor het Travel Active Channel; een project waarvoor ik samen met een aantal andere wereldreizigers vlogger[9] ben. In het kader van dit project heb ik een echte vlog-camera gekregen waarmee ik het Franse leven zo uitgebreid mogelijk vastleg. De beelden stuur ik op naar een team van professionele televisiemakers die al grote tv-programma’s op hun naam hebben staan, zij monteren de video’s voor het Travel Active Channel en zetten ze online. Je kunt een kijkje nemen op het kanaal van Travel Active om mijn eerste video’s over mijn jaar in Frankrijk te bekijken.

Leuk dat je mijn blog gelezen hebt en tot snel!

Au revoir! [10]


Verwijzingen:

[1] Pardon; sorry            

[2] Sorry; Excuses  

[3] Kus; Zoen op de wang   

[4] Goedemorgen

[5] Welterusten   

[6] Alles goed?  

[7] de beginners  

[8] Andijvie 

[9] Videologboek-maker | Iemand die praat tegen een camera    

[10] Tot ziens!

"Zo hoort dat niet!" | Een bewogen maand in Frankrijk.

Het was 11 uur s ‘avonds toen mijn gastmoeder opstond van tafel om te beginnen met het avondeten. Ik zat al een paar uur met mijn gastouders en twee van hun vrienden te kletsen. De 4 volwassen Fransen waren met elkaar aan het vergelijken hoeveel jaren zij ieder nog zouden moeten werken tot hun ‘retraite’ aangebroken was. Heel geïnteresseerd vroeg iemand hoe dat eigenlijk in Nederland werkte. Ik wist de leeftijd niet precies en dus pakte ik mijn telefoon om het op te zoeken, totdat ik me afvroeg: “Hoe heet dat eigenlijk in het Nederlands?”. Natuurlijk weet ik wat het Franse woord ‘retraite’ betekent, natuurlijk weet ik wat ik wil weten, maar hoé omschrijf je dat in het Nederlands? Ik bleef nadenken, maar ik kon er gewoon niet opkomen! Was ik nou gewoon een Nederlands woord vergeten? Een woord uit de taal waarmee ik ben opgegroeid? Hoe was dat mogelijk? Uiteindelijk besloot ik toch maar de hulp in te schakelen van een vertaal-app., om achter de vertaling te komen van een woord uit mijn moedertaal. Zo kwam ik er uiteindelijk achter dat ‘retraite’ in het Nederlands pensioen genoemd wordt! Dat zorgde even voor een ‘ooh-maar-natuurlijk-momentje’, maar vooral ook voor verbazing. Blijkbaar is dat wat alle dagen een andere taal spreken en aanhoren met je doet; je gaat je eigen taal langzaam vergeten!

Alle internationale studenten op mijn Franse school. Landen v.l.n.r.: Thailand, VS, China, Oostenrijk, Italië, Nederland, Chili

Ja, het is inmiddels even geleden dat je wat over mijn Franse avonturen gelezen hebt. Dat heeft een reden en die vertel ik ook maar gewoon, want ook dát hoort bij een jaar in het buitenland wonen. De leuke periode van feestdagen was nog maar net voorbij, toen ik een bericht kreeg uit Nederland: mijn opa’s gezondheid ging in een keer ontzettend snel achteruit. Voordat ik in augustus naar Frankrijk vertrok wist ik al dat hij ziek was, dat ik misschien mijn jaar zou moeten gaan onderbreken voor een uitvaart, maar stiekem was ik toch altijd wel blijven hopen dat hij het voorlopig nog vol zou houden. Toen mijn ouders me vertelden: “Als je nog afscheid van hem wil nemen, is het misschien beter om niet heel lang meer te wachten.” kwam dat toch best wel als een schok aan! Omdat ik zoveel afstand had van mijn Nederlandse familie was ik eigenlijk nooit met de gedachte bezig geweest dat het zomaar voorbij kon zijn. Ineens moest ik bedenken of en wanneer ik terug naar Nederland wilde. Omdat een vlucht van Lyon naar Amsterdam nog geen anderhalf uur is, maakt dat het teruggaan heel makkelijk. Ik kon zo in het vliegtuig stappen en dezelfde dag nog bij mijn opa en familie zijn. Maar hoewel ik fysiek heel makkelijk terug kon, was het geestelijk een stuk lastiger! Ik had me erop ingesteld dat ik een jaar lang in Frankrijk zou zijn en was eindelijk gewend aan het idee dat ik mijn vrienden en familie een jaar niet zou zien!

Uiteindelijk besloot ik toch om terug te vliegen naar Nederland. En dat betekende dus ook dat ik te maken kreeg met die cultuurschok die er eigenlijk pas in juli zou zijn. Nadat ik onderweg naar het vliegveld een uur lang uitgebreid in het Frans met de taxichauffeur gepraat had, kon ik kort daarna de stewardess bij het instappen van het vliegtuig ineens in het Nederlands begroeten! Dat was wel even wennen, aangezien mijn gedachten nog steeds ‘ingesteld stonden’ in het Frans! Zo bedankte ik op Schiphol de Starbucks-meneer voor mijn koffie met ‘merci’ in plaats van bedankt en antwoordde ik op iemand met ‘oui’ in plaats van ja!

Inmiddels ben ik alweer terug in Frankrijk. Ik heb gelukkig geen spijt dat ik terug gegaan ben naar Nederland. Het was erg fijn dat ik op deze manier goed afscheid heb kunnen nemen van mijn opa, en doordat ik het afscheid en de crematie samen met mijn familie heb kunnen meemaken heb ik voor mezelf het gevoel dat ik alles 'goed' heb afgesloten voordat ik een aantal dagen geleden weer terug naar Frankrijk gevlogen ben, om de laatste helft van mijn highschool-jaar af te maken. Het Franse leven heb ik dus  weer opgepakt, dat toch wel heel anders blijkt dan het Nederlandse. Die twee weken in Nederland hebben me dus weer heel erg de cultuurverschillen tussen beide landen laten inzien. Ook merkte ik op dat tijdens het leven in een ander land, je heel gauw dingen met je eigen land vergelijkt, terwijl dat vaak helemaal niet kan!

We aten laatst een typisch Frans gerecht: ‘Pot-au-feu’. Ik probeerde dat te vergelijken met de Nederlandse keuken, maar dat is gewoon onmogelijk. Volgens Google is ‘Pot-au-feu’ in het Nederlands een ‘stoofpot’, maar toen ik foto’s van een Nederlandse stoofpot liet zien aan mijn gastmoeder, kreeg ik een enorm verontwaardigde blik te zien. De foto’s die ik liet zien waren namelijk totaal niet de maaltijd zoals die bestaat in Frankrijk. De volgende dag aten we soep. Groenten zaten erin, maar ook vlees. Ik dacht eindelijk eens een maaltijd te herkennen zoals we die ook in Nederland eten. “Ah dat is groentesoep!” zei ik heel enthousiast. De blikken die ik vervolgens van mijn gastouders kreeg, waren nóg verbaasder en verontwaardigder dan de dag ervoor. “Dit is geen groentesoep hoor! Deze specialiteit is wel even iets meer dan een simpel groentesoepje!”

Uiteraard zijn er ook genoeg Nederlandse producten, gewoontes en gerechten die niet te vergelijken zijn met de Franse cultuur. Wanneer je als Nederlander bijvoorbeeld ergens koffiedrinkt, staat er standaard suiker en melk op tafel. Niet in Frankrijk, hier kennen ze dat namelijk niet. De Fransen drinken hun koffie altijd zwart!  Ik had het hier laatst ook over met mijn gastmoeder. “Koffie met melk? Oh je bedoelt ‘café au lait’!” Nee, dat was níet wat ik bedoelde. ‘Café au lait’ is namelijk gewoon cappuccino; koffie gemaakt met (opgeschuimde) normale koemelk. Mijn gastmoeder keek me verwonderd aan toen ik vertelde dat in de schappen in de Nederlandse supermarkten gewoon echt een product bestaat dat ‘koffiemelk’ heet; melk speciaal voor in de koffie. 

Nog veel langer duurde het om mijn gastmoeder uit te leggen wat vla is. “Staat dat dan ook op de kaart in een restaurant?” vroeg ze. Even moest ik lachen, maar uiteindelijk lukte het met foto’s van de zuivelafdeling in de supermarkt om aan te tonen, dat vla gewoon net zoiets is als yoghurt, maar dan anders. Allebei naast elkaar in een pak in het schap.

Soms heb ik het er nog steeds best lastig mee om te accepteren hoe Fransen dingen heel anders zien en doen! “Maar zo hoort dat niet!” dacht ik laatst nog hardop. Na mijn korte terugkeer naar Nederland kwam ik namelijk weer terug in Frankrijk met mijn koffer vol Nederlandse producten. Toen ik mijn gastgezin trots de meegebrachte oliebollen liet zien, kreeg ik als reactie: “Ziet er lekker uit hoor, dat kunnen we vanavond al als toetje eten!”. Precies hoe het ook met mijn stroopwafels ging een paar weken geleden. Wafels, cake, taart én dus oliebollen, we eten het hier in Frankrijk allemaal als nagerecht. Simpelweg omdat er geen ander moment bestaat wanneer je het zou kunnen opeten. Nadat we ’s middags om 12 uur al een hele belangrijke onmisbare warme maaltijd eten, beginnen we ’s avonds niet voor acht of negen uur met het avondeten. Daarnaast wordt er eigenlijk weinig gegeten, maar die 2 maaltijden díe er dan zijn, worden wel heel serieus genomen! Het Franse diner bestaat uit groenten en vlees, daarnaast eten we hier brood op de plaats van aardappels in Nederland. Na het warme eten komt de kaasplank op tafel. Van verschillende soorten Franse kazen kunnen we met een speciaal kaasmes dan een stukje afsnijden, om vervolgens op te eten met stokbrood. Pas daarna beginnen we aan het nagerecht. Toen ik en mijn gastouders een paar dagen geleden het eten op hadden, vertelden ze me dat ze erg van de oliebollen hadden genoten maar toch wel heel erg vol zaten. Vind je het gek als je na een uitgebreide warme maaltijd én kaas ook nog eens twee oliebollen opeet!

Ik kon ze wel vertellen dat je oliebollen ’s avonds tijdens de koffie hoort te eten, maar eh welke koffie!? Als we tussen 21:00 en 22:00 opstaan van tafel, is er nog maar heel even over om te ontspannen op de bank, voor de tv. Ik als Nederlander mis dan weleens het (typisch Nederlandse) koffiedrinken op de bank, dat juist zorgt voor gezelligheid. Dan vraag ik mezelf af: “Hoe kunnen Fransen nou geen gezelligheid missen in hun leven?”. Maar dat is nou juist het verschil in cultuur dat ik op heel veel plekken en manieren tegenkom! Want terwijl in Nederland juist het koffiedrinken, het gezinsmoment is, is dat in Frankrijk het avondeten. Uren aan tafel met het gezin, met veel verschillende soorten wijn; voor ieder gedeelte van het diner een ander soort, dát is Franse gezelligheid. Zo verschilt eigenlijk alles! Denk bijvoorbeeld aan een familieverjaardag. In Nederland zou je dan ’s avonds na het eten of op een zondagmiddag langskomen voor koffie met gebak. In Frankrijk worden verjaardagen altijd gevierd met een uitgebreid diner met de taart juist als dessert! In Frankrijk zou je nooit gezellig met de familie op de bank zitten, de Fransen kijken me zelfs raar aan als ik ze vertel dat dat de traditie in Nederland is. Maar ik keek de Fransen op mijn beurt dan weer een beetje vreemd en met een zere kont aan nadat ik de hele avond aaneengesloten aan tafel gezeten had! Zo blijf ik cultuurverschillen tegenkomen, terwijl ik eigenlijk nog geen 1000 kilometer van mijn geboorteplaats vandaan ben.

Komend weekend ga ik met de Franse organisatie een week lang skiën, daarover zal ik vertellen in mijn volgende blog! Ik zal er ook een video bij plaatsen, want voor de eerste keer in mijn leven op ski’s wordt vast een heel avontuur!  

Geen vuurwerk in Frankrijk!

Het is bijna zover, bijna komt er een einde aan 2017: het jaar waarin ik naar Frankrijk ging. De dag waarop ik in het vliegtuig stapte is inmiddels alweer meer dan 4 maanden geleden. En die laatste dag van 2017 vier ik als Fransman, en dat gaat niet precies zoals in Nederland.

Oudejaarsdag, hoe heet dat eigenlijk in het Frans? Niet letterlijk vertaald: 'le jour de la vieille année', maar ‘la Saint Sylvestre’, dat is de naam van de heilige die op 31 december zijn feestdag heeft. ‘LA Saint Sylvestre’ trouwens, want alle heiligenfeesten zijn vrouwelijk, niet omdat de heiligen vrouwelijk zijn, maar omdat het woord ‘fête’ vrouwelijk is, want het is eigenlijk: la fête de ... Nee, makkelijk is het niet!

Vaak wordt de jaarwisseling gewoon aangeduid met ‘Nouvel An’. Oudejaarsavond, heeft ook weer een naam: ‘le réveillon’, maar dat is ook weer niet altijd helemaal duidelijk. ‘Le réveillon’ kan namelijk ook kerstavond, de vierentwintigste december betekenen! Réveillon betekent letterlijk namelijk niets anders dan ‘de vooravond’. Pff, wat kan de Franse taal toch ingewikkeld zijn!

Deze feestelijke decembermaand begon voor mij met een afscheid. Het afscheid van twee van mijn internationale vrienden. Een meisje uit Rusland en een meisje uit België zaten 3 maanden lang bij mij op school, tot op 1 december hun programma in Frankrijk erop zat en ze weer terug naar huis moesten. Op school werd een afscheidsmiddag georganiseerd met alle internationale leerlingen. Het idee was dat we allemaal producten uit ons eigen land meenamen, dus daarom ben ik de supermarkt ingegaan op zoek naar Nederlandse kaas. Terwijl mijn Franse docent genoot van mijn meegebrachte Gouda, werd ons gespreksonderwerp kaas en vroeg ik me ineens af waarom ik eigenlijk nog nooit een kaasschaaf heb zien liggen in Frankrijk. Mijn docent wist gelijk wat ik bedoelde; dat superhandige ding had ze namelijk ooit als souvenir meegebracht tijdens haar vakantie in Nederland, omdat het hier in Frankrijk simpelweg niet bestaat. ‘Dat komt omdat we hier nooit plakjes kaas eten’, vertelde ze. In Frankrijk wordt kaas als gang tussen het hoofdgerecht en het dessert gegeten, en nooit als beleg. Toch bijzonder dat het in Nederland zo gewoon is dat het in ieder huis aanwezig is, terwijl het in Frankrijk gewoon niet bestaat!

Wat ook niet bestaat in Frankrijk is Sinterklaas. Tenminste, 6 december is de dag van ‘Saint Nicolas’, net zoals iedere dag een andere heilige vereerd wordt, maar nee er is hier geen stoomboot die aankomt met een Sinterklaas en pieten erop. Hier in Frankrijk kreeg ik dus eigenlijk helemaal niks mee van die typisch Nederlandse traditie, tot ik een pakketje kreeg van mijn ouders met allemaal sinterklaasproducten. Heel trots kon ik mijn Franse gastgezin kennis laten maken met de Nederlandse ‘decembercultuur’! Ik werd alleen wel raar aangekeken toen mijn gastzusje aan familie vertelde dat ze hele lekkere ‘croquettes’ (hondenbrokken) van mij had gekregen. Lachend vertelde ik mijn gastzusje dat ik blij was dat ze de pepernoten lekker vond!

Wat we hier dan natuurlijk wel weer vieren is kerst. Eind november hielp ik mijn gastmoeder een oude stoffige doos uit de garage te halen. Daar kwamen takken uit die we in elkaar schoven om vervolgens een kerstboom te zien verschijnen. Nadat we ‘m versierd hadden moest alleen de piek nog op de boom. Maar hoe noem je zo’n ding in het Frans? Toen ik ernaar vroeg bleek het niet eens een naam te hebben! Het ding op het uiterste puntje van de kerstboom wordt gewoon een ster genoemd, ook al heeft het niet eens altijd de vorm van een ster!

De maand vloog vervolgens voorbij, net zoals elke maand tot nu toe eigenlijk. Voordat ik het wist was het kerst, een moment waarop je normaalgesproken samen bent met familie. Een beetje raar was dat wel, want ik vierde deze kerst met mensen die eigenlijk nog maar 4 maanden mijn familieleden zijn. Maar omdat mijn ‘opa’ mij als zijn ‘kleinzoon’ behandelt, mijn ‘oom’ me ziet als zijn ‘neefje’ en ik voor mijn ‘zusje’ ben als een ‘broer’, voelde ik me eigenlijk gelijk thuis en op mijn gemak in mijn Franse familie. En zo heb ik eigenlijk een hele leuke kerst gehad met mijn ‘nieuwe familie’, hoewel mijn gedachten tijdens het tien-uur-durende Franse kerstdiner natuurlijk weleens afdwaalden naar mijn Nederlandse familie die op dat moment samen aan het gourmetten waren, zonder mij.

Dat betekent echter niet dat ik daarom minder genoten heb van kerst in Frankrijk! Het was een hele belevenis om eens een Franse kerst mee te maken! Ik kwam erachter dat kerst in Frankrijk eigenlijk uit niets anders bestaat dan heel veel eten, terwijl iedereen de laatste nieuwtjes aan de familie vertelt. Ik kan me niet eens meer herinneren wat ik precies allemaal gegeten heb tijdens de meer dan 10 verschillende gangen, die verdeeld waren over een 10-uur-durend kerstdiner. Het begon om 12 uur ’s middags met l’apéro, dat bestaat uit drankjes met daarbij allemaal kleine hapjes, wat vervolgd werd door nog twee nieuwe rondes met andere hapjes.

Na een bord met zalm en ‘foie gras’ (eendenlever) werd er door mijn tante soep geserveerd en kwam er daarna een gang met een soort zeevruchten-salade. Toen er vervolgens na ijs gegeten te hebben allemaal chocolaatjes op tafel kwamen dacht ik dat we alles gehad hadden. Maar nee hoor! Het was inmiddels al 6 uur toen er ineens een kalkoen op tafel kwam; het hoofdgerecht! Het ijs bleek gewoon een gerechtje tussendoor! Na de kalkoen die samen met kastanjes geserveerd werd, kwam de typisch Franse kaasplank op tafel met heel veel verschillende soorten kaas.

Het was inmiddels al na 10 uur, toen we na koffie gedronken te hebben opstonden van tafel en naar huis gingen. De dag erna kon ik gelukkig even uitrusten, maar dat gold niet voor mijn gastouders. Tweede kerstdag bestaat hier niet, dus de meeste Fransen moesten 26 december gewoon weer aan het werk!

Foto gemaakt tijdens 'la Fête des Lumières' in Lyon. 

Na kerst is het dit weekend dan tijd voor de volgende feestdag, het al eerder benoemde ‘Nouvel An’ En ook op de laatste dag van het jaar kan de Franse cultuur nogal verschillen van de Nederlandse! Om te beginnen ga ik hier in Frankrijk nergens oliebollen kunnen vinden. Dat is typisch Nederlands, de Fransen hebben daar nog nooit van gehoord! Toen ik aan mijn gastmoeder probeerde uit te leggen wat oliebollen zijn, vroeg ze na een foto gezien te hebben wat er voor een wit spul op zit. Ze keek me raar aan toen ik zei dat het ‘sucre en poudre’ was. Dat is blijkbaar de benaming voor gewone kristalsuiker. Poedersuiker bleek in het Frans ‘sucre glace’. Zo blijf ik bijleren! 

Behalve die kleine verschillen is er ook nog een heel groot verschil: vuurwerk. Dat bestaat hier namelijk niet. Terwijl je in Nederland niets anders hoort en ziet, is het op oudejaarsdag en zelfs om middernacht in Frankrijk doodstil op straat. Niemand gaat de straat op midden in de nacht, het ‘feest’ is namelijk binnen, samen met vrienden of familie. Vuurwerk wordt in Frankrijk alleen op le 14 juillet afgestoken tijdens de nationale feestdag en zelfs dan niet door particulieren, maar georganiseerd door gemeentes.

Na 4 maanden als Nederlandse Fransman, gaat er geen dag voorbij dat ik geen taal- en cultuurverschillen opmerk. Dat zal de komende 6 maanden ook vast niet gaan veranderen. Wat waarschijnlijk wel gaat veranderen is dat ik de komende zes maanden elke dag een beetje meer Fransman zal worden, en daar kijk ik enorm naar uit!

Voor nu wens ik jullie allemaal een: ‘Bonne fin d’année!’


"Niet nadenken maar gewoon doen!" | 3 maanden in Frankrijk!

Ik kan me nog goed de eerste dag hier op school herinneren, dat ik mijn klaslokaal binnenliep en vrolijk zei: “Bonjour, je suis étrange!” wat betekent; “Hallo, ik ben raar!”. Waarop de docent me gauw lachend corrigeerde; “Je bedoelt vast ‘je suis étranger’”, wat ‘ik ben buitenlands’ betekent.

Ik dacht hier vandaag aan terug en moest er nu zelf ook wel om lachen. Inmiddels hoor ik duidelijk het verschil en kan ik niet begrijpen hoe ik dat toen zo heb kunnen zeggen. Dit merk ik met steeds meer dingen, wat dus betekent dat mijn Frans toch ongemerkt aan het verbeteren is! Al 3 maanden leef ik mijn leven als Fransman op een Franse school en in een Frans gezin. In het begin keek ik sommige Fransen weleens vragend aan als ze iets ‘geks’ deden, totdat ik besefte dat gek ook maar relatief is. Wat voor mij normaal is, is voor hen waarschijnlijk weer gek! Inmiddels kijk ik van sommige Franse trekjes niet eens meer op, ik doe er zelfs vaak gewoon aan mee! 

Een goed voorbeeld hiervan vind ik het eten. Als ik denk aan een typische Nederlandse maaltijd, dan denk ik aan aardappels, groenten en vlees. Voor Fransen vallen aardappelen onder groenten. In plaats van aardappelen, eten we hier in Frankrijk stokbrood bij elke maaltijd. Stokbrood, groenten en vlees, dat is waar een Franse maaltijd uit bestaat. Laatst zei mijn gastmoeder heel enthousiast: “Vandaag eten we ‘des patates’! Dat klonk grappig, want patates in het Frans zijn gewoon aardappelen! Het feit dat ze het zo enthousiast zei vond ik ook grappig, want voor mij is er niks bijzonders aan ‘gewoon’ aardappelen, terwijl het in mijn gastgezin heel speciaal is als ze eens in de maand aardappelen eten!

Na opgeschept te hebben, begonnen mijn gastouders heel geconcentreerd hun aardappels in stukjes te snijden, net zoals ze dat doen bij alle andere groenten. Even keek ik ze vragend aan, maar vlak voordat ik mijn aardappels - als een echte Nederlander - met mijn vork wilde platstampen en er vervolgens jus overheen wilde gooien, herinnerde ik mezelf eraan dat ik nu een Fransman ben. Dus tegen mijn eigen gewoontes in, at ik mijn aardappels netjes gesneden ‘op z’n Frans’!

In de afgelopen 3 maanden heb ik al veel gedaan en gezien. Ik ben onder andere een week naar Parijs geweest. De reis naar Parijs was georganiseerd vanuit CEI, de Franse partnerorganisatie die ook mijn school en gastgezin hier geregeld heeft. De eerste activiteit was het beklimmen van de Eiffeltoren. Hoewel, we namen de lift en dus stonden we zonder een traptrede aan te raken al binnen een minuut boven. Toen ik bovenop de Eiffeltoren stond, hoorde ik ineens iets bekends. Ik hoorde echte Nederlandse klanken, zoals ik die in maanden niet meer in het echt gehoord had.  Terwijl een mevrouw een foto nam van haar kinderen, hoorde ik haar ze in het Nederlands voorstellen om even iemand te zoeken die een foto van hen samen zou kunnen maken. Ik stond naast ze en kon als mede-Nederlander natuurlijk alles gewoon verstaan. “Ik kan wel even een foto van jullie samen maken hoor”, stelde ik voor. Nadat ik de Nederlanders blij had gemaakt met hun foto, liep ik overrompeld weer terug naar de rest van mijn groep. Ik kan het niet eens in woorden omschrijven, maar het was zo een ontzettend bijzonder moment, om midden in Frankrijk, ineens iemand Nederlands te horen praten. Mijn eigen taal, die ik al maanden niet meer in het echt gehoord had.

Naast het bezoek aan de Eiffeltoren maakten we een boottocht over de Seine, brachten we een bezoekje aan het Louvre, de Notre-Dame, de Sacre-Coeur en Montmartre. We zijn zelfs een dagje naar Disneyland geweest. Maar toch vond ik het allerleukste om leeftijdsgenoten van over de hele wereld te ontmoeten. Mexico, Duitsland, Brazilië, Amerika, Colombia en Spanje zijn zomaar een paar landen waar iedereen zoal vandaan kwam!

Het was heel leuk om te zien hoe iedereen z’n eigen gewoontes heeft meegebracht uit zijn of haar eigen land. Iedereen vond het natuurlijk ook leuk om te vertellen over zijn eigen land! Zo viel mijn oog gelijk op iemands telefoonhoesje, waar heel groot het Heineken-logo op stond. Het Nederlandse biermerk blijkt ongekend populair te zijn over de hele wereld. Ik denk dat het hier in Frankrijk zelfs nog tien keer zo bekend en populair is als in Nederland. Je zou dus denken dat het me niet eens meer opvalt, maar het tegendeel is waar. Vol trots vertelde ik dat het een Nederlands product is, en het dus uit MIJN land komt. Ook toen op de radio Martin Garrix gedraaid werd kon ik vertellen dat deze nummer 1-dj Nederlands is.

Hoewel ik Frankrijk een hartstikke leuk en mooi land vind, zorgt het er wel voor dat ik op een of andere manier steeds trotser wordt op mijn eigen Nederlandse nationaliteit en taal. Veel mensen weten niet eens dat bijvoorbeeld ‘die ene onleesbare’ tekst op de verpakking van veel producten, Nederlands is. Vol trots lees ik het ze dan ook voor, waarna iedereen me met grote ogen aankijkt. Zo heb ik alle andere uitwisselingsstudenten veel mogen vertellen over mijn mooie landje, maar heb ik ook veel geleerd over hun landen. Wist je bijvoorbeeld dat ze in Colombia nog nooit van seizoenen gehoord hebben, omdat het er toch alle dagen minstens 20 graden is?

Zoveel verschillende nationaliteiten zorgen ook voor veel verschillende talen bij elkaar. In eerste instantie begonnen we allemaal gauw in het Frans tegen elkaar te praten, de meesten konden echter ook goed Engels, dus uiteindelijk schakelden de gesprekken vaak over op het Engels. Met de Duitsers praatte ik gewoon mee in het Duits en de Spaanstaligen probéérde ik aan te spreken in het Spaans. Dit had als gevolg dat we eigenlijk heel veel verschillende talen door elkaar met elkaar spraken. Het was in ieder geval een hele ervaring om met ‘vreemden’ (van over de hele wereld!), die ik daarvoor nog nooit gezien had door een van de grootste steden van Europa te lopen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Ik heb een video gemaakt samen met mijn internationale vrienden.

Het ‘internationale’ is trouwens ook wat ik zo leuk vind aan mijn school. Naast mij zitten er namelijk nog anderen op school die van over de hele wereld komen. We kunnen uren met elkaar praten over elkaars landen en talen. Laatst ontdekten we bijvoorbeeld dat eenzelfde haan anders kraait in verschillende landen. Ik weet niet anders dan dat een haan ‘kukeleku’ zegt. Maar iemand uit Amerika reageerde: “Nee de haan doet ‘cock-a-doodle-do”. “Wat!?” zei iemand die uit Oostenrijk komt, “een haan zegt ‘kikeriki’! Het lijkt zoiets kleins, maar toch kun je gewoon niet begrepen worden in een andere taal als je als Nederlander aankomt met ‘kukeleku’.

Nog zoiets maakte ik laatst thuis mee. Mijn gastzusje liet me iets smerigs zien, waarop ik zei: “ah bah!”. Door mijn gezichtsuitdrukking snapte ze wel wat ik bedoelde, maar ik zag in haar ogen dat ze niet honderd procent begreep wat ik wilde zeggen. De volgende dag werd het duidelijker voor me, toen ze zelf iets vies zag, en keihard “berk!” riep. Blijkbaar gebruiken Fransen dus het woord ‘berk’ om te zeggen dat ze iets smerig vinden, en begrijpen ze helemaal niet het woord ‘bah’, zoals wij dat in het Nederlands zouden zeggen!

Wanneer ik dit soort kleine dingetjes leer, besef ik me goed hoeveel profijt ik heb van het leven in Frankrijk. Ik had door middel van een boek nóóit geleerd hoe je bepaalde gevoelens moet uitdrukken in het Frans, bijvoorbeeld dus met ‘berk’. Wil je dat soort dingen leren, dan moet je gewoon onder de Fransen zijn. Ik ben me er vaak niet eens bewust van, maar ongemerkt blijf ik zo Franse woorden leren.

Ik zat laatst op de bank tv te kijken toen mijn kleine gastzusje mij vroeg om mijn mening over haar ingekleurde kleurplaat. Ik zei dat ik ‘m heel mooi vond, en vervolgens floepte er zo een andere Franse zin uit: “Mais il ne faut pas déborder!”, zei ik.  Ik keek ervan op, want wat betekende deze zin eigenlijk? Mijn Franse gedachten waren mijn Nederlandse voor geweest! Voordat ik in het Nederlands een reactie kon bedenken op haar kleurplaat, had ik al in het Frans gereageerd. Toen ik erover na ging denken, kwam ik tot de conclusie dat ik wilde zeggen “Niet buiten de lijntjes kleuren he!”

Als ik eerst aan het Nederlands gedacht zou hebben, dan zou ik geprobeerd hebben om mijn zin letterlijk te vertalen. ‘Buiten de lijntjes’ zou zijn ‘en dehors des lignes’. Maar mijn Franse gedachten wisten heel goed dat je dat niet zo zegt in het Frans! De volgende dag herinnerde ik me ineens weer hoe het kwam dat ik wist dat dit zo wordt gezegd. Toen ik in één van de eerste weken op school iets moest in kleuren vertelde een klasgenoot me dat ik niet moest ‘déborder’! Blijkbaar heb ik dat onbewust toen toch ergens opgeslagen! En zo gebeurt dat met heel veel uitspraken, de volgorde van woorden in een zin en vooral veel grammatica. Alles wat ik hoor, sla ik ergens op, en vervolgens weet ik weken later nog hoe ik iets moet zeggen terwijl ik geen idee heb hoe ik er bij kom.

De Franse grammatica is heel erg uitgebreid en zeker niet makkelijk om te leren, maar omdat de Fransen veel verschillende werkwoorden gebruiken, hoor en onthoud ik vanzelf hoe ik ze moet vervoegen. Nu ik zoveel met de Franse taal bezig ben, laat me dat ook heel erg nadenken over taal in het algemeen. Soms wil ik iets zeggen in het Nederlands, maar kan ik niet op de juiste woorden komen. Ik weet dan wat ik in het Frans zou zeggen, maar het is niet mogelijk om het woord letterlijk te vertalen, omdat het dan zijn betekenis verliest. Er zijn heel veel woorden in het Nederlands die simpelweg gewoon niet bestaan in het Frans. Als ik in het Frans wil zeggen dat iemand slim is, dan zal ik het Franse woord ‘intelligent’ moeten gebruiken, maar dat woord bestaat in het Nederlands ook, en in het Nederlands heeft slim en intelligent net niet helemaal dezelfde betekenis!  Daarentegen zijn er ook weer Franse woorden die in het Nederlands niet bestaan! Terwijl wij gewoon kunnen spreken over een jas, zijn er in het Frans ontzettend veel woorden met de betekenis ‘jas’. Heeft de jas een bondkraag, is ‘ie lang of slechts tot de heupen en van welke stof is ‘ie gemaakt? Een ‘manteau’ is geen ‘parka’, een ‘veste’ is geen ‘doudoune’ en een ‘imperméable’ is geen ‘paletot’ en ook geen ‘blouson’, terwijl we ze in het Nederlands eigenlijk allemaal gewoon jassen noemen.

Het feit dat ik woon en naar school ga in Frankrijk, betekent ook dat ik gelijk ben aan mijn klasgenoten. Toen we tijdens de literatuurles laatst Franse teksten behandelden, gaf de lerares een aantal leerlingen de beurt om voor te lezen. En ja, ook ik kwam aan de beurt. Even zweten was het wel, want een Franse tekst voorlezen is echt niet makkelijk. De helft van wat er staat wordt niet eens uitgesproken, en daar komt bij dat ik zo veel mogelijk wil proberen om mijn Nederlandse accent te verbergen. Dat het spannend was, probeerde ik maar gewoon te vergeten. ‘Gewoon doen en niet nadenken’, dacht ik bij mezelf voordat ik begon met voorlezen. En het is ook dat motto dat me al heel ver heeft gebracht hier in Frankrijk. Ik wil niet gezien worden als een toerist, maar als een inwoner van Frankrijk. Ik heb dan ook nog nooit in het Engels gepraat in het openbaar. Toen ik op het station wat vroeg aan de conducteur, deed ik dat in het Frans. Zelfs toen hij na een tijdje merkte dat Frans niet mijn moedertaal is en dingen in het Engels begon uit te leggen, bleef ik reageren in het Frans. Ik denk niet aan de mogelijke fouten die ik kan maken, maar probeer gewoon te zeggen wat ik wil.

Ik ga regelmatig op mijn vrije woensdagmiddag met mijn internationale vrienden de stad in. Afgelopen week bezochten we hetzelfde restaurant als waar we in het begin van het schooljaar ook al gegeten hadden. Dezelfde vriendelijke ober hielp ons, hij herkende ons nog en wist dat we van over de hele wereld komen. Hij vroeg me of hij ons in het Engels moest helpen. Ik vertelde dat hij gewoon Frans tegen me kon praten, en nadat ik mijn bestelling gedaan had zei hij me dat ‘ie mijn Frans enorm verbeterd vond, vergeleken met de vorige keer. Toch leuk om te horen, dat door een échte Fransman wordt opgemerkt dat mijn Frans vooruit gaat!

Hoewel, zelf ben ik nu natuurlijk eigenlijk ook een echte Fransman! 

De 'magie' van het onder de Fransen zijn.

"Hey, jij komt toch uit Nederland?”, dat was de eerste vraag die ik kreeg net nadat ik binnen kwam op mijn Franse school. Het duurde even voordat ik me besefte hoe het kon dat iemand in het Nederlands tegen me praatte, op honderden kilometers afstand van Nederland. “Ik kom van België, dus daarom praat ik ook Nederlands!”, zei ze. Naast haar stond een ander meisje ons vragend aan te kijken, ze begreep duidelijk niet waar wij het over hadden. Ik stelde me voor in het Engels, dat begreep ze gelukkig wel, want vervolgens vertelde ze me dat ze Amerikaans was. Al snel begreep ik dat ik niet de enige was die moest zien te ‘overleven’ op een anderstalige school! Dat moment was dan ook het begin van mijn schooljaar in Frankrijk.

De eerste les die ik had die dag was FLE. “Français Langue Étrangère”, Frans voor buitenlanders. Samen met mijn klasgenoten van over de hele wereld (Amerika, China, Rusland, Oostenrijk, Duitsland, België en Italië) kregen we een rondleiding door de school. Vervolgens kregen we ons rooster, dat voor mij vooral bestaat uit talen. Tien uur Frans, zeven uur Engels, twee uur Geschiedenis in het Engels en vijf uur Spaans per week. Daarnaast heb ik nog een aantal uur gewoon geschiedenis, twee uur sport en twee uur per week een soort project.

                   Met mijn 'internationale vriendengroep'

Inmiddels ben ik ruim een maand in Frankrijk, dus vandaag zal ik even terugblikken op mijn eerste weken hier. Ik zal eerlijk zeggen dat de taal me in het begin ontzettend tegenviel. Ik dacht wel een beetje Frans te kunnen, maar toen ik hier ineens tussen alle Fransen zat, die supersnel praten en accenten en gewoontes hebben, werd het toch ineens een stuk lastiger! Ik vroeg me af hoe ik ooit beter Frans zou leren, als ik er toch niks van begreep. Maar sinds deze week begin ik voor het eerst echt de ‘magie’ van het onder de Fransen zijn te merken. Ik merk dat mijn woordenschat op een of andere manier steeds uitgebreider wordt, en dat gaat helemaal vanzelf. Soms zeg ik een woord waarbij ik me afvraag “Wat betekent dat eigenlijk in het Nederlands?”. Maar toch, omdat ik het woord onbewust een keer in een bepaalde context gehoord heb, heb ik het onthouden en weet ik wanneer ik het kan gebruiken, en wat ik ermee kan zeggen. 

Lastiger is dat bij woorden om iets negatiefs uit te drukken. Ik vang (onbewust) genoeg woorden op om te zeggen dat ik iets niet zo leuk vind. Maar ik durf ze niet allemaal zomaar te gebruiken, omdat het ene woord wat heftiger is dan het andere. Maar ach, mijn klasgenoten vinden het in ieder geval geweldig als ik een (scheld)woord gebruik dat net iets te heftig is voor een bepaalde situatie. Dan vindt iedereen mij grappig, terwijl ik van niks weet en me afvraag waarom iedereen lacht! :)

In de eerste weken wilden klasgenoten vaak ook in het Engels tegen me praten om me te helpen. Het was heel verleidelijk om gewoon in het Engels mee te praten, maar ik besloot om gelijk zo veel mogelijk in het Frans te praten, omdat het praten dan ook het snelst makkelijker zou gaan. Ik ben gelukkig niet bang om een fout te maken, want dat helpt me juist heel erg! In het Frans zijn bijvoorbeeld alle woorden mannelijk of vrouwelijk, dat is belangrijk voor het lidwoord dat je ervoor moet zetten, le of la. Je kunt het een beetje vergelijken met ‘de en het’ in het Nederlands; er is geen regel voor, maar iemand met Nederlands als moedertaal hoort direct welk lidwoord je moet gebruiken. Mijn Franse klasgenoten zijn echt heel behulpzaam, dus als ik ze bijvoorbeeld vertel over ‘de boek’, dan zeggen ze me direct dat het ‘het boek’ moet zijn. En ik denk dat het veel aanhoren van de taal en het maken van veel fouten, de beste manier is om een taal goed te leren.

Al heel wat weken ben ik onderdeel van een gewone Franse klas, ik probeer net als de anderen mijn huiswerk te maken, en mee te schrijven in de les. Dat meeschrijven is nog best lastig, want de meeste leraren praten ontzettend snel! Als ik goed luister begrijp ik vaak wel wat ze zeggen, maar het opschrijven houd ik dan weer niet bij, omdat ik ook weer goed wil luisteren naar de volgende zin! Het is dan vaak makkelijker als leraren het zelf opschrijven op het bord, zodat ik het gewoon over kan nemen. Tenminste, als ze duidelijk schrijven. Uit het gekrabbel van Nederlandse leraren, kon ik altijd nog wel raden wat er zou moeten staan, omdat ik de woorden ken. Maar als leraren hier onleesbaar schrijven, kan ik met geen mogelijkheid raden wat ze met hun gekrabbel bedoelen! Omdat bijvoorbeeld het maken van notities in Nederland zo vanzelfsprekend was, had ik nooit voorzien dat ik nu ineens tegen dat soort kleine dingetjes aanloop!

Als onderdeel van mijn Franse klas sta ik dus ook als een echte Fransman tussen mijn Franse klasgenoten op de klassenfoto en op de klassenlijst. Alleen iedere keer weer wanneer een leraar de klassenlijst langsgaat om te controleren of iedereen aanwezig is, is mijn naam weer een probleem. Het is voor Fransen moeilijk om te snappen dat de ‘i’ en de ‘j’ samen de ‘ij-klank’ vormen. Fransen noemen me dan dus ook al gauw Martin (uitgesproken als Martain) of Martine (uitgesproken als Martien). Een paar dagen geleden had ik er een uitgebreid gesprek over mijn naam met mijn Spaans-leraar. Hij was er van overtuigd dat namen altijd een vertaling hebben in een andere taal. Maar ik vertelde hem dat de (Franse) naam Martin, ook bestaat in het Nederlands, dus niet een vertaalde versie van Martijn is. Ook vertelde ik hem dat het Frans-Nederlandse eiland ‘Saint-Martin’ in het Nederlands vertaald wordt als ‘Sint-Maarten’, en dat dat dus zou betekenen dat de vertaling van de Franse naam Martin, in het Nederlands Maarten is. Toen ik vertelde dat in het Nederlands naast Martijn, Martin en Maarten ook de namen Mart, Marijn, Martinus, Marinus en ook nog allerlei varianten voor meisjes bestaan, snapte hij er helemaal niks meer van. “Waarom hebben je ouders je Martijn genoemd, en niet 'gewoon' Martin?” “Ik zou het niet weten”, antwoordde ik. “Voor ons is Martijn net zo’n gewone naam als Martin!” Hij vond het heel bijzonder om te horen dat Nederlandse namen zoveel variaties hebben, in het Frans bestaat dat helemaal niet, zei hij. En dat is slechts één van de vele gesprekken die ik gehad heb over de verschillen in taal en cultuur tussen Nederland en Frankrijk. Ik vind het heel erg interessant, dat er tussen Nederland en Frankrijk, een land dat relatief dicht bij Nederland ligt, toch nog zo ontzettend veel verschillen zijn. 

Vorige week kwam een Franse klasgenoot naar me toe met de vraag: “Is het eigenlijk waar dat mensen in Nederland veel fietsen?” “Oh, je wilt niet weten!”, antwoordde ik. Ik dacht terug aan het weekend daarvoor, toen er een vriend van mijn gastouders was blijven eten. Hij had namelijk dezelfde vraag! Hij wist niet wat hij zag toen ik hem foto’s liet zien van Nederlandse fietsenrekken en fietsenstallingen. 

Maar ik kan hun verbazing goed begrijpen! Ik overdrijf niet, als ik zeg dat ik tijdens mijn afgelopen maand in Frankrijk, op wat wielrenners na, niet één normale fietser gezien heb. Mensen fietsen hier alleen voor de sport, want om zich te verplaatsen gaan ze lopend, met de auto of het openbaar vervoer. Ik geef ze ook geen ongelijk, want over dezelfde afstand, zou ik Frankrijk tien keer zo lang fietsen als in Nederland vanwege het bergachtige landschap.

Een ander (groot) verschil tussen Frankrijk en Nederland voor mij, is het toetsenbord. Grappig eigenlijk, hoe zoiets kleins toch weer zo anders kan zijn. In Nederland gebruiken we een qwerty-toetsenbord, vernoemd naar de 5 toetsen linksboven op het toetsenbord. In Frankrijk zijn de eerste 5 letters: a, z, e, r, t en y. Het Franse toetsenbord is dus aangepast op de Franse taal. Om het makkelijker te maken om een accent op een letter te plaatsen zit op de plaats van onze 4-toets bijvoorbeeld een E met een accent. Je gebruikt de shifttoets om van tekens en accenten weer cijfers te maken. Terwijl je in Nederland juist de shifttoets gebruikt om van cijfers tekens te maken! Aangezien ik blind heb leren typen op een Nederlands toetsenbord, zitten mijn teksten op de schoolcomputers ook steeds vol fouten. Mijn vingers weten niet anders dan dat de z-toets linksonder zit, terwijl er op een Franse computer ineens een w staat na die letter ingetypt te hebben. 

Het grappige is dat ik na een maand hier mezelf nu ook steeds vaker betrap op fouten, wanneer ik typ op mijn eigen Nederlandse laptop. Onbewust begin ik toch de wennen aan de Franse plekken van de letters op het toetsenbord. 

Misschien begin ik dan toch steeds een beetje meer Fransman te worden?

Mijn leven als Fransman is begonnen!

Bonjour tout le monde! Ja, ik begin maar gelijk in het Frans te praten, want ik hoor momenteel niets anders. Het begon al in het vliegtuig, onderweg naar mijn avontuur in Frankrijk, dat een heel schooljaar zal gaan duren. Nadat ik afscheid had genomen, liep ik snel richting mijn gate. Gelukkig was die niet heel ver, want zoveel tijd had ik niet eens meer. Langzamerhand begon ik me steeds meer te realiseren dat ik mijn familie en vrienden zojuist gewoon voor het laatst gezien had, en het heel lang zal gaan duren voordat ik ze weer zal zien. Langzaam besefte ik me steeds meer dat ik vanaf dan vrijwel alleen nog maar Frans zou moeten aanhoren én praten. Terwijl ik onder een groot reclamebord van Samsung (met daarop een croissant) doorliep bedacht ik me dat ik binnenkort misschien wel niets anders meer zou eten ’s ochtends. Het idee dat ik binnenkort meer en meer zal gaan ‘verfransen’ was en ís heel gek.

Toen ik eenmaal in het vliegtuig zat, aan het raam, maar met uitzicht op alleen maar wolken, was het gewoon bijzonder om een steward Nederlands te horen praten. Naast me zat namelijk een Frans gezin, voor me zaten ook Fransen, achter me ook, oh en dáárachter ook. Eigenlijk zat het hele vliegtuig gewoon vol met Fransen. Niet gek voor een vliegtuig dat naar Lyon vliegt, maar het liet me wel meer en meer beseffen dat mijn leven als Fransman begonnen was en dat ik maar moest gaan proberen om het te verstaan.

Toen ik na ruim een uur aankwam op het vliegveld in Lyon liep ik eigenlijk al heel snel met mijn koffers door de arrivals-hal in de richting van mijn gastgezin. Na mijn 'vader' een hand en mijn ‘moeder en zusjes’ 2 ‘bisous’ gegeven te hebben liep ik samen met hen naar de auto. In Frankrijk gaat geen ontmoeting namelijk zonder het geven van een bisous (een kus op de linker- en rechterwang). Dat was gelijk al de eerste confrontatie met de Franse cultuur, die gelijk al weer een beetje anders dan de Nederlandse bleek te zijn!

Na een uurtje rijden langs o.a. het nieuwe stadion van Olympique Lyon, die mijn ‘ouders’ me heel graag wilden laten zien, kwam ik aan in een klein dorpje. Mijn ‘moeder’ opende het hek en we reden de oprit van een typisch Frans huis op dat het komende jaar ook mijn huis zou zijn. Na een rondje door het huis gemaakt te hebben, besprongen te zijn door 2 enthousiaste honden en mijn koffers naar mijn kamer gebracht te hebben voelde ik me eigenlijk al gelijk thuis. Ik was thuis, op 1000 kilometer afstand van mijn échte huis, met mijn échte familie. Na het avondeten rond 9 uur, en niet om 5 of 6 uur zoals ik in Nederland gewend was, probeerde mijn moeder me een aantal dingen uit te leggen. Ik vroeg haar hoe laat ik moest opstaan. Ik begreep uit haar Franse reactie dat ik om half 6 uit bed moest komen. Dus zette ik mijn wekker.

Toen ik de volgende ochtend naar de keuken liep, vroeg mijn moeder wat ik kwam doen. “Ben je uit je bed gevallen?” “Waarom ben je zo vroeg wakker?” Ik keek haar vragend aan, maar kwam er al snel achter dat zij zelf vroeg opstond, vanwege haar werk, maar dat ík mocht uitslapen tot hoe laat ik zelf wilde. Oeps, verkeerd begrepen, haha. Gelukkig vond ik het natuurlijk helemaal niet erg om weer te gaan slapen.

Een paar uur later heb ik samen met mijn zusje ontbeten, hebben we vervolgens rondgelopen door het dorpje en daarna Monopoly gespeeld. Dat zette me gelijk al aan het denken, want hoe moest ik die miljoenen verdiende euro's toch uitspreken...  ’s Middags wilde mijn broer me de vlakbij liggende stad laten zien. Met zijn auto zijn we de hele stad doorgereden. Ik heb mijn school gezien, het winkelcentrum en de McDonald’s. Hij had met een aantal vrienden afgesproken bij een meer om daar te gaan barbecueën. Het vlees smaakte heel goed, maar het kennismaken met de vrienden van mijn broer ging minder goed. Eén op één lukte het wel om naar elkaars naam, leeftijd en favoriete muziekgenre te vragen, maar in een grotere groep raakte ik de draad al snel kwijt.

Ik kan me nu nog steeds niet voorstellen dat ik mee zou kunnen praten in het Frans. Maar omdat me dat wel geweldig lijkt, ga ik daar enorm m’n best voor doen! Ik hoop dat het langzamerhand steeds beter gaat met de taal, die toch bést moeilijk blijkt! Maar één ding scheelt, nu ik hier in Frankrijk woon ontkom ik er niet aan om Frans te praten én aan te horen. Ik hoef de televisie maar aan te zetten of ik hoor al Franse stemmen. Nooit Engels, want alles wordt ingesproken in plaats van ondertiteld!

Ik ben nu, na 1,5 week aardig gewend aan het Franse leven. Ook mijn school is inmiddels begonnen! Maar meer daarover lees je in mijn volgende blog!

Ik heb ook een video gemaakt over mijn reis naar Frankrijk, die kun je hier bekijken: 

Wat vooraf ging aan mijn jaar in Frankrijk!

Even voorstellen!

Bonjour! Nadat een paar weken geleden mijn mentor mij belde met goed nieuws, was het eindelijk definitief: ik ga een schooljaar naar Frankrijk! Ik ben trouwens Martijn en het lijkt me heel leuk om jullie op de hoogte te houden van mijn jaar in Frankrijk, en dat begint natuurlijk met de voorbereidingen. “Waaróm ga je nou naar Frankrijk?”, wordt me heel vaak gevraagd, dus zal ik proberen om in deze allereerste blog daar antwoord op te geven! Ik vind talen sowieso heel leuk en interessant en ze zijn ook belangrijk bij de opleiding journalistiek die ik wil gaan volgen.

Drie jaar geleden zag ik op internet iets over een High School jaar, en gelijk leek het me geweldig! Toen ik er meer over opzocht, kwam ik erachter dat zo’n uitwisselingsjaar mogelijk is naar heel veel landen! Na ook even getwijfeld te hebben over Engelstalige landen, besloot ik om toch te kiezen voor Frankrijk. Het land waar ik bijna iedere zomer superleuke vakanties heb gehad. Maar ook het land met een mooie, maar ontzettend moeilijke taal! Elke zomer weer stond ik in de supermarkt vragend te kijken, nadat de Franse medewerkers me razendsnel verteld hadden waar ik iets kon vinden, en daar staande kon ik me niet voorstellen dat ik ooit een Fransman goed zou kunnen begrijpen. Dus eigenlijk was de keuze voor Frankrijk snel gemaakt, het lijkt me namelijk geweldig om vloeiend mee te praten met andere Fransen

"Alles ging heel snel na het inleveren van mijn pakket."

Ik heb daarna veel informatie opgezocht en zag dat Travel Active een infodag hield bij mij in de buurt. Verhalen van o.a. oud-studenten overtuigden me alleen maar meer en toen ik thuiskwam heb ik me eigenlijk gelijk aangemeld! Ik kreeg een heel pakket met vragen thuisgestuurd die ik ‘even’ moest invullen. Ik heb veel verteld over mezelf, maar ook mijn huisarts en zelfs mijn lerares Frans moest een paar pagina’s invullen. Omdat alle gastgezinnen ook een soortgelijk pakket moesten invullen, kon de Franse partnerorganisatie een gastgezin zoeken dat zo goed mogelijk bij mij zou passen.

Op 10 januari had ik mijn interviewbijeenkomst in Venray. Ik werd geïnterviewd (in het Engels!) door Meghan, een lid van het High School team dat zelf ook een High School jaar gedaan heeft.  Ik had van tevoren totaal geen idee wat ik moest verwachten, maar uiteindelijk viel het heel erg mee. Ik moest wel even nadenken over mijn goede en slechte eigenschappen, maar verder kon ik alle vragen heel goed beantwoorden! Op 27 maart heb ik uiteindelijk mijn aanmeldingspakket ingeleverd, en daarna ging het heel snel! Nadat ik op 7 april bericht kreeg dat mijn pakket was verstuurd naar de Franse organisatie, kreeg ik op 10 april al bericht dat ik geaccepteerd was! Ik kreeg te horen dat het ongeveer 3 maanden zou duren voordat mijn gastgezin bekend zou worden. Daarom werd ik op 13 april dan ook heel erg verrast toen ik gebeld werd door Travel Active met het nieuws dat er een gastgezin gevonden was. Ik ga wonen in een dorpje op 60 kilometer afstand van Lyon.

Foto's en verhalen uitwisselen met mijn Franse gastgezin

Ik heb mijn gastgezin gelijk gemaild, en meteen daarna werd ik al toegevoegd op Facebook en begon ons contact! Mijn gastmoeder was ook heel erg benieuwd naar hoe en waar ik woonde, en ik natuurlijk naar het huis waar ik zal gaan wonen, dus we hebben al veel foto’s uitgewisseld. Ook hebben we al heel veel verschillen besproken, waaronder één heel groot verschil: de fiets. Ik ben in Nederland zo erg gewend om te fietsen, terwijl mijn Franse moeder haar kinderen niet eens heeft leren fietsen, laat staan dat ze überhaupt een fiets hebben!  Als ik hier in Nederland naar school ging, een feestje had of even naar de winkel moest, ging ik altijd fietsen zodat ik nergens van afhankelijk was. In Frankrijk zal ik dus waarschijnlijk altijd vervoer moeten regelen. Maar ach, dat went vast ook snel!

Een aantal weken geleden was de Pre Departure Orientation. Studenten die de hele wereld over gaan kwamen allemaal naar Arnhem, als laatste stap voor het vertrek. Nadat we eerst uitgebreid uitleg kregen over het vertrek, de cultuurschok en het jaar op zichzelf, werden we vervolgens naar een andere ruimte gebracht. Iedereen kon aan de tafel met de vlag van zijn of haar land gaan zitten, en daar vragen stellen aan een oud-student die ook naar dat land geweest was. Als afsluiting gingen we allemaal met de vlaggen op de foto. Omdat ik de enige ben die naar Frankrijk gaat en er ook maar één iemand naar Ierland gaat, hebben we een Europafoto gemaakt, met iedereen die naar een land in Europa gaat! En ja… de Franse vlag hangt op de kop… oeps!

Het aftellen is begonnen!

Inmiddels heb ik met mijn diploma-uitreiking definitief mijn middelbare schoolperiode afgesloten en is het aftellen begonnen! Op 27 augustus vlieg ik naar Lyon en word ik daar opgehaald door mijn gastgezin. Ontzettend leuk, líjkt dat! Maar als ik er heel eerlijk over ben, is het eigenlijk heel erg dubbel… aan de ene kant heb ik er (hoe lastig het in het begin ook zal zijn,) super veel zin in om te leven tussen de Fransen. Maar aan de andere kant heb ik het hier in Nederland ook heel leuk! Nadat de examens erop zaten, ben ik veel gaan werken (en dus veel gaan verdienen!) en begon een tijd met vakanties, feestjes en veel uitgaan. En dan laat ik dát, mijn familie en vrienden allemaal achter me, een jaar lang!

Soms heb ik er daarom zelfs even helemaal geen zin meer in en stel ik mijzelf ook steeds vaker de vraag: “Waaróm ga ik nou naar Frankrijk?”. Maar als ik dan bedenk hoe geweldig het daar zal zijn, wat ik allemaal wel niet mee zal maken, is dat negatieve gevoel ook gauw weer weg! Ik denk dat dit een enorme ervaring wordt om nooit te vergeten.


Ik heb dit bericht geschreven voor de blog van Travel Active: https://www.travelactive.nl/ervaringen/high-school/high-school-in-frankrijk-wordt-een-ervaring-om-nooit-te-vergeten, en het vervolgens ook hier op mijn eigen blog geplaatst.

  • «
  • »