Martijn in Frankrijk

Geen vuurwerk in Frankrijk!

Het is bijna zover, bijna komt er een einde aan 2017: het jaar waarin ik naar Frankrijk ging. De dag waarop ik in het vliegtuig stapte is inmiddels alweer meer dan 4 maanden geleden. En die laatste dag van 2017 vier ik als Fransman, en dat gaat niet precies zoals in Nederland.

Oudejaarsdag, hoe heet dat eigenlijk in het Frans? Niet letterlijk vertaald: 'le jour de la vieille année', maar ‘la Saint Sylvestre’, dat is de naam van de heilige die op 31 december zijn feestdag heeft. ‘LA Saint Sylvestre’ trouwens, want alle heiligenfeesten zijn vrouwelijk, niet omdat de heiligen vrouwelijk zijn, maar omdat het woord ‘fête’ vrouwelijk is, want het is eigenlijk: la fête de ... Nee, makkelijk is het niet!

Vaak wordt de jaarwisseling gewoon aangeduid met ‘Nouvel An’. Oudejaarsavond, heeft ook weer een naam: ‘le réveillon’, maar dat is ook weer niet altijd helemaal duidelijk. ‘Le réveillon’ kan namelijk ook kerstavond, de vierentwintigste december betekenen! Réveillon betekent letterlijk namelijk niets anders dan ‘de vooravond’. Pff, wat kan de Franse taal toch ingewikkeld zijn!

Deze feestelijke decembermaand begon voor mij met een afscheid. Het afscheid van twee van mijn internationale vrienden. Een meisje uit Rusland en een meisje uit België zaten 3 maanden lang bij mij op school, tot op 1 december hun programma in Frankrijk erop zat en ze weer terug naar huis moesten. Op school werd een afscheidsmiddag georganiseerd met alle internationale leerlingen. Het idee was dat we allemaal producten uit ons eigen land meenamen, dus daarom ben ik de supermarkt ingegaan op zoek naar Nederlandse kaas. Terwijl mijn Franse docent genoot van mijn meegebrachte Gouda, werd ons gespreksonderwerp kaas en vroeg ik me ineens af waarom ik eigenlijk nog nooit een kaasschaaf heb zien liggen in Frankrijk. Mijn docent wist gelijk wat ik bedoelde; dat superhandige ding had ze namelijk ooit als souvenir meegebracht tijdens haar vakantie in Nederland, omdat het hier in Frankrijk simpelweg niet bestaat. ‘Dat komt omdat we hier nooit plakjes kaas eten’, vertelde ze. In Frankrijk wordt kaas als gang tussen het hoofdgerecht en het dessert gegeten, en nooit als beleg. Toch bijzonder dat het in Nederland zo gewoon is dat het in ieder huis aanwezig is, terwijl het in Frankrijk gewoon niet bestaat!

Wat ook niet bestaat in Frankrijk is Sinterklaas. Tenminste, 6 december is de dag van ‘Saint Nicolas’, net zoals iedere dag een andere heilige vereerd wordt, maar nee er is hier geen stoomboot die aankomt met een Sinterklaas en pieten erop. Hier in Frankrijk kreeg ik dus eigenlijk helemaal niks mee van die typisch Nederlandse traditie, tot ik een pakketje kreeg van mijn ouders met allemaal sinterklaasproducten. Heel trots kon ik mijn Franse gastgezin kennis laten maken met de Nederlandse ‘decembercultuur’! Ik werd alleen wel raar aangekeken toen mijn gastzusje aan familie vertelde dat ze hele lekkere ‘croquettes’ (hondenbrokken) van mij had gekregen. Lachend vertelde ik mijn gastzusje dat ik blij was dat ze de pepernoten lekker vond!

Wat we hier dan natuurlijk wel weer vieren is kerst. Eind november hielp ik mijn gastmoeder een oude stoffige doos uit de garage te halen. Daar kwamen takken uit die we in elkaar schoven om vervolgens een kerstboom te zien verschijnen. Nadat we ‘m versierd hadden moest alleen de piek nog op de boom. Maar hoe noem je zo’n ding in het Frans? Toen ik ernaar vroeg bleek het niet eens een naam te hebben! Het ding op het uiterste puntje van de kerstboom wordt gewoon een ster genoemd, ook al heeft het niet eens altijd de vorm van een ster!

De maand vloog vervolgens voorbij, net zoals elke maand tot nu toe eigenlijk. Voordat ik het wist was het kerst, een moment waarop je normaalgesproken samen bent met familie. Een beetje raar was dat wel, want ik vierde deze kerst met mensen die eigenlijk nog maar 4 maanden mijn familieleden zijn. Maar omdat mijn ‘opa’ mij als zijn ‘kleinzoon’ behandelt, mijn ‘oom’ me ziet als zijn ‘neefje’ en ik voor mijn ‘zusje’ ben als een ‘broer’, voelde ik me eigenlijk gelijk thuis en op mijn gemak in mijn Franse familie. En zo heb ik eigenlijk een hele leuke kerst gehad met mijn ‘nieuwe familie’, hoewel mijn gedachten tijdens het tien-uur-durende Franse kerstdiner natuurlijk weleens afdwaalden naar mijn Nederlandse familie die op dat moment samen aan het gourmetten waren, zonder mij.

Dat betekent echter niet dat ik daarom minder genoten heb van kerst in Frankrijk! Het was een hele belevenis om eens een Franse kerst mee te maken! Ik kwam erachter dat kerst in Frankrijk eigenlijk uit niets anders bestaat dan heel veel eten, terwijl iedereen de laatste nieuwtjes aan de familie vertelt. Ik kan me niet eens meer herinneren wat ik precies allemaal gegeten heb tijdens de meer dan 10 verschillende gangen, die verdeeld waren over een 10-uur-durend kerstdiner. Het begon om 12 uur ’s middags met l’apéro, dat bestaat uit drankjes met daarbij allemaal kleine hapjes, wat vervolgd werd door nog twee nieuwe rondes met andere hapjes.

Na een bord met zalm en ‘foie gras’ (eendenlever) werd er door mijn tante soep geserveerd en kwam er daarna een gang met een soort zeevruchten-salade. Toen er vervolgens na ijs gegeten te hebben allemaal chocolaatjes op tafel kwamen dacht ik dat we alles gehad hadden. Maar nee hoor! Het was inmiddels al 6 uur toen er ineens een kalkoen op tafel kwam; het hoofdgerecht! Het ijs bleek gewoon een gerechtje tussendoor! Na de kalkoen die samen met kastanjes geserveerd werd, kwam de typisch Franse kaasplank op tafel met heel veel verschillende soorten kaas.

Het was inmiddels al na 10 uur, toen we na koffie gedronken te hebben opstonden van tafel en naar huis gingen. De dag erna kon ik gelukkig even uitrusten, maar dat gold niet voor mijn gastouders. Tweede kerstdag bestaat hier niet, dus de meeste Fransen moesten 26 december gewoon weer aan het werk!

Foto gemaakt tijdens 'la Fête des Lumières' in Lyon. 

Na kerst is het dit weekend dan tijd voor de volgende feestdag, het al eerder benoemde ‘Nouvel An’ En ook op de laatste dag van het jaar kan de Franse cultuur nogal verschillen van de Nederlandse! Om te beginnen ga ik hier in Frankrijk nergens oliebollen kunnen vinden. Dat is typisch Nederlands, de Fransen hebben daar nog nooit van gehoord! Toen ik aan mijn gastmoeder probeerde uit te leggen wat oliebollen zijn, vroeg ze na een foto gezien te hebben wat er voor een wit spul op zit. Ze keek me raar aan toen ik zei dat het ‘sucre en poudre’ was. Dat is blijkbaar de benaming voor gewone kristalsuiker. Poedersuiker bleek in het Frans ‘sucre glace’. Zo blijf ik bijleren! 

Behalve die kleine verschillen is er ook nog een heel groot verschil: vuurwerk. Dat bestaat hier namelijk niet. Terwijl je in Nederland niets anders hoort en ziet, is het op oudejaarsdag en zelfs om middernacht in Frankrijk doodstil op straat. Niemand gaat de straat op midden in de nacht, het ‘feest’ is namelijk binnen, samen met vrienden of familie. Vuurwerk wordt in Frankrijk alleen op le 14 juillet afgestoken tijdens de nationale feestdag en zelfs dan niet door particulieren, maar georganiseerd door gemeentes.

Na 4 maanden als Nederlandse Fransman, gaat er geen dag voorbij dat ik geen taal- en cultuurverschillen opmerk. Dat zal de komende 6 maanden ook vast niet gaan veranderen. Wat waarschijnlijk wel gaat veranderen is dat ik de komende zes maanden elke dag een beetje meer Fransman zal worden, en daar kijk ik enorm naar uit!

Voor nu wens ik jullie allemaal een: ‘Bonne fin d’année!’


"Niet nadenken maar gewoon doen!" | 3 maanden in Frankrijk!

Ik kan me nog goed de eerste dag hier op school herinneren, dat ik mijn klaslokaal binnenliep en vrolijk zei: “Bonjour, je suis étrange!” wat betekent; “Hallo, ik ben raar!”. Waarop de docent me gauw lachend corrigeerde; “Je bedoelt vast ‘je suis étranger’”, wat ‘ik ben buitenlands’ betekent.

Ik dacht hier vandaag aan terug en moest er nu zelf ook wel om lachen. Inmiddels hoor ik duidelijk het verschil en kan ik niet begrijpen hoe ik dat toen zo heb kunnen zeggen. Dit merk ik met steeds meer dingen, wat dus betekent dat mijn Frans toch ongemerkt aan het verbeteren is! Al 3 maanden leef ik mijn leven als Fransman op een Franse school en in een Frans gezin. In het begin keek ik sommige Fransen weleens vragend aan als ze iets ‘geks’ deden, totdat ik besefte dat gek ook maar relatief is. Wat voor mij normaal is, is voor hen waarschijnlijk weer gek! Inmiddels kijk ik van sommige Franse trekjes niet eens meer op, ik doe er zelfs vaak gewoon aan mee! 

Een goed voorbeeld hiervan vind ik het eten. Als ik denk aan een typische Nederlandse maaltijd, dan denk ik aan aardappels, groenten en vlees. Voor Fransen vallen aardappelen onder groenten. In plaats van aardappelen, eten we hier in Frankrijk stokbrood bij elke maaltijd. Stokbrood, groenten en vlees, dat is waar een Franse maaltijd uit bestaat. Laatst zei mijn gastmoeder heel enthousiast: “Vandaag eten we ‘des patates’! Dat klonk grappig, want patates in het Frans zijn gewoon aardappelen! Het feit dat ze het zo enthousiast zei vond ik ook grappig, want voor mij is er niks bijzonders aan ‘gewoon’ aardappelen, terwijl het in mijn gastgezin heel speciaal is als ze eens in de maand aardappelen eten!

Na opgeschept te hebben, begonnen mijn gastouders heel geconcentreerd hun aardappels in stukjes te snijden, net zoals ze dat doen bij alle andere groenten. Even keek ik ze vragend aan, maar vlak voordat ik mijn aardappels - als een echte Nederlander - met mijn vork wilde platstampen en er vervolgens jus overheen wilde gooien, herinnerde ik mezelf eraan dat ik nu een Fransman ben. Dus tegen mijn eigen gewoontes in, at ik mijn aardappels netjes gesneden ‘op z’n Frans’!

In de afgelopen 3 maanden heb ik al veel gedaan en gezien. Ik ben onder andere een week naar Parijs geweest. De reis naar Parijs was georganiseerd vanuit CEI, de Franse partnerorganisatie die ook mijn school en gastgezin hier geregeld heeft. De eerste activiteit was het beklimmen van de Eiffeltoren. Hoewel, we namen de lift en dus stonden we zonder een traptrede aan te raken al binnen een minuut boven. Toen ik bovenop de Eiffeltoren stond, hoorde ik ineens iets bekends. Ik hoorde echte Nederlandse klanken, zoals ik die in maanden niet meer in het echt gehoord had.  Terwijl een mevrouw een foto nam van haar kinderen, hoorde ik haar ze in het Nederlands voorstellen om even iemand te zoeken die een foto van hen samen zou kunnen maken. Ik stond naast ze en kon als mede-Nederlander natuurlijk alles gewoon verstaan. “Ik kan wel even een foto van jullie samen maken hoor”, stelde ik voor. Nadat ik de Nederlanders blij had gemaakt met hun foto, liep ik overrompeld weer terug naar de rest van mijn groep. Ik kan het niet eens in woorden omschrijven, maar het was zo een ontzettend bijzonder moment, om midden in Frankrijk, ineens iemand Nederlands te horen praten. Mijn eigen taal, die ik al maanden niet meer in het echt gehoord had.

Naast het bezoek aan de Eiffeltoren maakten we een boottocht over de Seine, brachten we een bezoekje aan het Louvre, de Notre-Dame, de Sacre-Coeur en Montmartre. We zijn zelfs een dagje naar Disneyland geweest. Maar toch vond ik het allerleukste om leeftijdsgenoten van over de hele wereld te ontmoeten. Mexico, Duitsland, Brazilië, Amerika, Colombia en Spanje zijn zomaar een paar landen waar iedereen zoal vandaan kwam!

Het was heel leuk om te zien hoe iedereen z’n eigen gewoontes heeft meegebracht uit zijn of haar eigen land. Iedereen vond het natuurlijk ook leuk om te vertellen over zijn eigen land! Zo viel mijn oog gelijk op iemands telefoonhoesje, waar heel groot het Heineken-logo op stond. Het Nederlandse biermerk blijkt ongekend populair te zijn over de hele wereld. Ik denk dat het hier in Frankrijk zelfs nog tien keer zo bekend en populair is als in Nederland. Je zou dus denken dat het me niet eens meer opvalt, maar het tegendeel is waar. Vol trots vertelde ik dat het een Nederlands product is, en het dus uit MIJN land komt. Ook toen op de radio Martin Garrix gedraaid werd kon ik vertellen dat deze nummer 1-dj Nederlands is.

Hoewel ik Frankrijk een hartstikke leuk en mooi land vind, zorgt het er wel voor dat ik op een of andere manier steeds trotser wordt op mijn eigen Nederlandse nationaliteit en taal. Veel mensen weten niet eens dat bijvoorbeeld ‘die ene onleesbare’ tekst op de verpakking van veel producten, Nederlands is. Vol trots lees ik het ze dan ook voor, waarna iedereen me met grote ogen aankijkt. Zo heb ik alle andere uitwisselingsstudenten veel mogen vertellen over mijn mooie landje, maar heb ik ook veel geleerd over hun landen. Wist je bijvoorbeeld dat ze in Colombia nog nooit van seizoenen gehoord hebben, omdat het er toch alle dagen minstens 20 graden is?

Zoveel verschillende nationaliteiten zorgen ook voor veel verschillende talen bij elkaar. In eerste instantie begonnen we allemaal gauw in het Frans tegen elkaar te praten, de meesten konden echter ook goed Engels, dus uiteindelijk schakelden de gesprekken vaak over op het Engels. Met de Duitsers praatte ik gewoon mee in het Duits en de Spaanstaligen probéérde ik aan te spreken in het Spaans. Dit had als gevolg dat we eigenlijk heel veel verschillende talen door elkaar met elkaar spraken. Het was in ieder geval een hele ervaring om met ‘vreemden’ (van over de hele wereld!), die ik daarvoor nog nooit gezien had door een van de grootste steden van Europa te lopen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Ik heb een video gemaakt samen met mijn internationale vrienden.

Het ‘internationale’ is trouwens ook wat ik zo leuk vind aan mijn school. Naast mij zitten er namelijk nog anderen op school die van over de hele wereld komen. We kunnen uren met elkaar praten over elkaars landen en talen. Laatst ontdekten we bijvoorbeeld dat eenzelfde haan anders kraait in verschillende landen. Ik weet niet anders dan dat een haan ‘kukeleku’ zegt. Maar iemand uit Amerika reageerde: “Nee de haan doet ‘cock-a-doodle-do”. “Wat!?” zei iemand die uit Oostenrijk komt, “een haan zegt ‘kikeriki’! Het lijkt zoiets kleins, maar toch kun je gewoon niet begrepen worden in een andere taal als je als Nederlander aankomt met ‘kukeleku’.

Nog zoiets maakte ik laatst thuis mee. Mijn gastzusje liet me iets smerigs zien, waarop ik zei: “ah bah!”. Door mijn gezichtsuitdrukking snapte ze wel wat ik bedoelde, maar ik zag in haar ogen dat ze niet honderd procent begreep wat ik wilde zeggen. De volgende dag werd het duidelijker voor me, toen ze zelf iets vies zag, en keihard “berk!” riep. Blijkbaar gebruiken Fransen dus het woord ‘berk’ om te zeggen dat ze iets smerig vinden, en begrijpen ze helemaal niet het woord ‘bah’, zoals wij dat in het Nederlands zouden zeggen!

Wanneer ik dit soort kleine dingetjes leer, besef ik me goed hoeveel profijt ik heb van het leven in Frankrijk. Ik had door middel van een boek nóóit geleerd hoe je bepaalde gevoelens moet uitdrukken in het Frans, bijvoorbeeld dus met ‘berk’. Wil je dat soort dingen leren, dan moet je gewoon onder de Fransen zijn. Ik ben me er vaak niet eens bewust van, maar ongemerkt blijf ik zo Franse woorden leren.

Ik zat laatst op de bank tv te kijken toen mijn kleine gastzusje mij vroeg om mijn mening over haar ingekleurde kleurplaat. Ik zei dat ik ‘m heel mooi vond, en vervolgens floepte er zo een andere Franse zin uit: “Mais il ne faut pas déborder!”, zei ik.  Ik keek ervan op, want wat betekende deze zin eigenlijk? Mijn Franse gedachten waren mijn Nederlandse voor geweest! Voordat ik in het Nederlands een reactie kon bedenken op haar kleurplaat, had ik al in het Frans gereageerd. Toen ik erover na ging denken, kwam ik tot de conclusie dat ik wilde zeggen “Niet buiten de lijntjes kleuren he!”

Als ik eerst aan het Nederlands gedacht zou hebben, dan zou ik geprobeerd hebben om mijn zin letterlijk te vertalen. ‘Buiten de lijntjes’ zou zijn ‘en dehors des lignes’. Maar mijn Franse gedachten wisten heel goed dat je dat niet zo zegt in het Frans! De volgende dag herinnerde ik me ineens weer hoe het kwam dat ik wist dat dit zo wordt gezegd. Toen ik in één van de eerste weken op school iets moest in kleuren vertelde een klasgenoot me dat ik niet moest ‘déborder’! Blijkbaar heb ik dat onbewust toen toch ergens opgeslagen! En zo gebeurt dat met heel veel uitspraken, de volgorde van woorden in een zin en vooral veel grammatica. Alles wat ik hoor, sla ik ergens op, en vervolgens weet ik weken later nog hoe ik iets moet zeggen terwijl ik geen idee heb hoe ik er bij kom.

De Franse grammatica is heel erg uitgebreid en zeker niet makkelijk om te leren, maar omdat de Fransen veel verschillende werkwoorden gebruiken, hoor en onthoud ik vanzelf hoe ik ze moet vervoegen. Nu ik zoveel met de Franse taal bezig ben, laat me dat ook heel erg nadenken over taal in het algemeen. Soms wil ik iets zeggen in het Nederlands, maar kan ik niet op de juiste woorden komen. Ik weet dan wat ik in het Frans zou zeggen, maar het is niet mogelijk om het woord letterlijk te vertalen, omdat het dan zijn betekenis verliest. Er zijn heel veel woorden in het Nederlands die simpelweg gewoon niet bestaan in het Frans. Als ik in het Frans wil zeggen dat iemand slim is, dan zal ik het Franse woord ‘intelligent’ moeten gebruiken, maar dat woord bestaat in het Nederlands ook, en in het Nederlands heeft slim en intelligent net niet helemaal dezelfde betekenis!  Daarentegen zijn er ook weer Franse woorden die in het Nederlands niet bestaan! Terwijl wij gewoon kunnen spreken over een jas, zijn er in het Frans ontzettend veel woorden met de betekenis ‘jas’. Heeft de jas een bondkraag, is ‘ie lang of slechts tot de heupen en van welke stof is ‘ie gemaakt? Een ‘manteau’ is geen ‘parka’, een ‘veste’ is geen ‘doudoune’ en een ‘imperméable’ is geen ‘paletot’ en ook geen ‘blouson’, terwijl we ze in het Nederlands eigenlijk allemaal gewoon jassen noemen.

Het feit dat ik woon en naar school ga in Frankrijk, betekent ook dat ik gelijk ben aan mijn klasgenoten. Toen we tijdens de literatuurles laatst Franse teksten behandelden, gaf de lerares een aantal leerlingen de beurt om voor te lezen. En ja, ook ik kwam aan de beurt. Even zweten was het wel, want een Franse tekst voorlezen is echt niet makkelijk. De helft van wat er staat wordt niet eens uitgesproken, en daar komt bij dat ik zo veel mogelijk wil proberen om mijn Nederlandse accent te verbergen. Dat het spannend was, probeerde ik maar gewoon te vergeten. ‘Gewoon doen en niet nadenken’, dacht ik bij mezelf voordat ik begon met voorlezen. En het is ook dat motto dat me al heel ver heeft gebracht hier in Frankrijk. Ik wil niet gezien worden als een toerist, maar als een inwoner van Frankrijk. Ik heb dan ook nog nooit in het Engels gepraat in het openbaar. Toen ik op het station wat vroeg aan de conducteur, deed ik dat in het Frans. Zelfs toen hij na een tijdje merkte dat Frans niet mijn moedertaal is en dingen in het Engels begon uit te leggen, bleef ik reageren in het Frans. Ik denk niet aan de mogelijke fouten die ik kan maken, maar probeer gewoon te zeggen wat ik wil.

Ik ga regelmatig op mijn vrije woensdagmiddag met mijn internationale vrienden de stad in. Afgelopen week bezochten we hetzelfde restaurant als waar we in het begin van het schooljaar ook al gegeten hadden. Dezelfde vriendelijke ober hielp ons, hij herkende ons nog en wist dat we van over de hele wereld komen. Hij vroeg me of hij ons in het Engels moest helpen. Ik vertelde dat hij gewoon Frans tegen me kon praten, en nadat ik mijn bestelling gedaan had zei hij me dat ‘ie mijn Frans enorm verbeterd vond, vergeleken met de vorige keer. Toch leuk om te horen, dat door een échte Fransman wordt opgemerkt dat mijn Frans vooruit gaat!

Hoewel, zelf ben ik nu natuurlijk eigenlijk ook een echte Fransman! 

De 'magie' van het onder de Fransen zijn.

"Hey, jij komt toch uit Nederland?”, dat was de eerste vraag die ik kreeg net nadat ik binnen kwam op mijn Franse school. Het duurde even voordat ik me besefte hoe het kon dat iemand in het Nederlands tegen me praatte, op honderden kilometers afstand van Nederland. “Ik kom van België, dus daarom praat ik ook Nederlands!”, zei ze. Naast haar stond een ander meisje ons vragend aan te kijken, ze begreep duidelijk niet waar wij het over hadden. Ik stelde me voor in het Engels, dat begreep ze gelukkig wel, want vervolgens vertelde ze me dat ze Amerikaans was. Al snel begreep ik dat ik niet de enige was die moest zien te ‘overleven’ op een anderstalige school! Dat moment was dan ook het begin van mijn schooljaar in Frankrijk.

De eerste les die ik had die dag was FLE. “Français Langue Étrangère”, Frans voor buitenlanders. Samen met mijn klasgenoten van over de hele wereld (Amerika, China, Rusland, Oostenrijk, Duitsland, België en Italië) kregen we een rondleiding door de school. Vervolgens kregen we ons rooster, dat voor mij vooral bestaat uit talen. Tien uur Frans, zeven uur Engels, twee uur Geschiedenis in het Engels en vijf uur Spaans per week. Daarnaast heb ik nog een aantal uur gewoon geschiedenis, twee uur sport en twee uur per week een soort project.

                   Met mijn 'internationale vriendengroep'

Inmiddels ben ik ruim een maand in Frankrijk, dus vandaag zal ik even terugblikken op mijn eerste weken hier. Ik zal eerlijk zeggen dat de taal me in het begin ontzettend tegenviel. Ik dacht wel een beetje Frans te kunnen, maar toen ik hier ineens tussen alle Fransen zat, die supersnel praten en accenten en gewoontes hebben, werd het toch ineens een stuk lastiger! Ik vroeg me af hoe ik ooit beter Frans zou leren, als ik er toch niks van begreep. Maar sinds deze week begin ik voor het eerst echt de ‘magie’ van het onder de Fransen zijn te merken. Ik merk dat mijn woordenschat op een of andere manier steeds uitgebreider wordt, en dat gaat helemaal vanzelf. Soms zeg ik een woord waarbij ik me afvraag “Wat betekent dat eigenlijk in het Nederlands?”. Maar toch, omdat ik het woord onbewust een keer in een bepaalde context gehoord heb, heb ik het onthouden en weet ik wanneer ik het kan gebruiken, en wat ik ermee kan zeggen. 

Lastiger is dat bij woorden om iets negatiefs uit te drukken. Ik vang (onbewust) genoeg woorden op om te zeggen dat ik iets niet zo leuk vind. Maar ik durf ze niet allemaal zomaar te gebruiken, omdat het ene woord wat heftiger is dan het andere. Maar ach, mijn klasgenoten vinden het in ieder geval geweldig als ik een (scheld)woord gebruik dat net iets te heftig is voor een bepaalde situatie. Dan vindt iedereen mij grappig, terwijl ik van niks weet en me afvraag waarom iedereen lacht! :)

In de eerste weken wilden klasgenoten vaak ook in het Engels tegen me praten om me te helpen. Het was heel verleidelijk om gewoon in het Engels mee te praten, maar ik besloot om gelijk zo veel mogelijk in het Frans te praten, omdat het praten dan ook het snelst makkelijker zou gaan. Ik ben gelukkig niet bang om een fout te maken, want dat helpt me juist heel erg! In het Frans zijn bijvoorbeeld alle woorden mannelijk of vrouwelijk, dat is belangrijk voor het lidwoord dat je ervoor moet zetten, le of la. Je kunt het een beetje vergelijken met ‘de en het’ in het Nederlands; er is geen regel voor, maar iemand met Nederlands als moedertaal hoort direct welk lidwoord je moet gebruiken. Mijn Franse klasgenoten zijn echt heel behulpzaam, dus als ik ze bijvoorbeeld vertel over ‘de boek’, dan zeggen ze me direct dat het ‘het boek’ moet zijn. En ik denk dat het veel aanhoren van de taal en het maken van veel fouten, de beste manier is om een taal goed te leren.

Al heel wat weken ben ik onderdeel van een gewone Franse klas, ik probeer net als de anderen mijn huiswerk te maken, en mee te schrijven in de les. Dat meeschrijven is nog best lastig, want de meeste leraren praten ontzettend snel! Als ik goed luister begrijp ik vaak wel wat ze zeggen, maar het opschrijven houd ik dan weer niet bij, omdat ik ook weer goed wil luisteren naar de volgende zin! Het is dan vaak makkelijker als leraren het zelf opschrijven op het bord, zodat ik het gewoon over kan nemen. Tenminste, als ze duidelijk schrijven. Uit het gekrabbel van Nederlandse leraren, kon ik altijd nog wel raden wat er zou moeten staan, omdat ik de woorden ken. Maar als leraren hier onleesbaar schrijven, kan ik met geen mogelijkheid raden wat ze met hun gekrabbel bedoelen! Omdat bijvoorbeeld het maken van notities in Nederland zo vanzelfsprekend was, had ik nooit voorzien dat ik nu ineens tegen dat soort kleine dingetjes aanloop!

Als onderdeel van mijn Franse klas sta ik dus ook als een echte Fransman tussen mijn Franse klasgenoten op de klassenfoto en op de klassenlijst. Alleen iedere keer weer wanneer een leraar de klassenlijst langsgaat om te controleren of iedereen aanwezig is, is mijn naam weer een probleem. Het is voor Fransen moeilijk om te snappen dat de ‘i’ en de ‘j’ samen de ‘ij-klank’ vormen. Fransen noemen me dan dus ook al gauw Martin (uitgesproken als Martain) of Martine (uitgesproken als Martien). Een paar dagen geleden had ik er een uitgebreid gesprek over mijn naam met mijn Spaans-leraar. Hij was er van overtuigd dat namen altijd een vertaling hebben in een andere taal. Maar ik vertelde hem dat de (Franse) naam Martin, ook bestaat in het Nederlands, dus niet een vertaalde versie van Martijn is. Ook vertelde ik hem dat het Frans-Nederlandse eiland ‘Saint-Martin’ in het Nederlands vertaald wordt als ‘Sint-Maarten’, en dat dat dus zou betekenen dat de vertaling van de Franse naam Martin, in het Nederlands Maarten is. Toen ik vertelde dat in het Nederlands naast Martijn, Martin en Maarten ook de namen Mart, Marijn, Martinus, Marinus en ook nog allerlei varianten voor meisjes bestaan, snapte hij er helemaal niks meer van. “Waarom hebben je ouders je Martijn genoemd, en niet 'gewoon' Martin?” “Ik zou het niet weten”, antwoordde ik. “Voor ons is Martijn net zo’n gewone naam als Martin!” Hij vond het heel bijzonder om te horen dat Nederlandse namen zoveel variaties hebben, in het Frans bestaat dat helemaal niet, zei hij. En dat is slechts één van de vele gesprekken die ik gehad heb over de verschillen in taal en cultuur tussen Nederland en Frankrijk. Ik vind het heel erg interessant, dat er tussen Nederland en Frankrijk, een land dat relatief dicht bij Nederland ligt, toch nog zo ontzettend veel verschillen zijn. 

Vorige week kwam een Franse klasgenoot naar me toe met de vraag: “Is het eigenlijk waar dat mensen in Nederland veel fietsen?” “Oh, je wilt niet weten!”, antwoordde ik. Ik dacht terug aan het weekend daarvoor, toen er een vriend van mijn gastouders was blijven eten. Hij had namelijk dezelfde vraag! Hij wist niet wat hij zag toen ik hem foto’s liet zien van Nederlandse fietsenrekken en fietsenstallingen. 

Maar ik kan hun verbazing goed begrijpen! Ik overdrijf niet, als ik zeg dat ik tijdens mijn afgelopen maand in Frankrijk, op wat wielrenners na, niet één normale fietser gezien heb. Mensen fietsen hier alleen voor de sport, want om zich te verplaatsen gaan ze lopend, met de auto of het openbaar vervoer. Ik geef ze ook geen ongelijk, want over dezelfde afstand, zou ik Frankrijk tien keer zo lang fietsen als in Nederland vanwege het bergachtige landschap.

Een ander (groot) verschil tussen Frankrijk en Nederland voor mij, is het toetsenbord. Grappig eigenlijk, hoe zoiets kleins toch weer zo anders kan zijn. In Nederland gebruiken we een qwerty-toetsenbord, vernoemd naar de 5 toetsen linksboven op het toetsenbord. In Frankrijk zijn de eerste 5 letters: a, z, e, r, t en y. Het Franse toetsenbord is dus aangepast op de Franse taal. Om het makkelijker te maken om een accent op een letter te plaatsen zit op de plaats van onze 4-toets bijvoorbeeld een E met een accent. Je gebruikt de shifttoets om van tekens en accenten weer cijfers te maken. Terwijl je in Nederland juist de shifttoets gebruikt om van cijfers tekens te maken! Aangezien ik blind heb leren typen op een Nederlands toetsenbord, zitten mijn teksten op de schoolcomputers ook steeds vol fouten. Mijn vingers weten niet anders dan dat de z-toets linksonder zit, terwijl er op een Franse computer ineens een w staat na die letter ingetypt te hebben. 

Het grappige is dat ik na een maand hier mezelf nu ook steeds vaker betrap op fouten, wanneer ik typ op mijn eigen Nederlandse laptop. Onbewust begin ik toch de wennen aan de Franse plekken van de letters op het toetsenbord. 

Misschien begin ik dan toch steeds een beetje meer Fransman te worden?

Mijn leven als Fransman is begonnen!

Bonjour tout le monde! Ja, ik begin maar gelijk in het Frans te praten, want ik hoor momenteel niets anders. Het begon al in het vliegtuig, onderweg naar mijn avontuur in Frankrijk, dat een heel schooljaar zal gaan duren. Nadat ik afscheid had genomen, liep ik snel richting mijn gate. Gelukkig was die niet heel ver, want zoveel tijd had ik niet eens meer. Langzamerhand begon ik me steeds meer te realiseren dat ik mijn familie en vrienden zojuist gewoon voor het laatst gezien had, en het heel lang zal gaan duren voordat ik ze weer zal zien. Langzaam besefte ik me steeds meer dat ik vanaf dan vrijwel alleen nog maar Frans zou moeten aanhoren én praten. Terwijl ik onder een groot reclamebord van Samsung (met daarop een croissant) doorliep bedacht ik me dat ik binnenkort misschien wel niets anders meer zou eten ’s ochtends. Het idee dat ik binnenkort meer en meer zal gaan ‘verfransen’ was en ís heel gek.

Toen ik eenmaal in het vliegtuig zat, aan het raam, maar met uitzicht op alleen maar wolken, was het gewoon bijzonder om een steward Nederlands te horen praten. Naast me zat namelijk een Frans gezin, voor me zaten ook Fransen, achter me ook, oh en dáárachter ook. Eigenlijk zat het hele vliegtuig gewoon vol met Fransen. Niet gek voor een vliegtuig dat naar Lyon vliegt, maar het liet me wel meer en meer beseffen dat mijn leven als Fransman begonnen was en dat ik maar moest gaan proberen om het te verstaan.

Toen ik na ruim een uur aankwam op het vliegveld in Lyon liep ik eigenlijk al heel snel met mijn koffers door de arrivals-hal in de richting van mijn gastgezin. Na mijn 'vader' een hand en mijn ‘moeder en zusjes’ 2 ‘bisous’ gegeven te hebben liep ik samen met hen naar de auto. In Frankrijk gaat geen ontmoeting namelijk zonder het geven van een bisous (een kus op de linker- en rechterwang). Dat was gelijk al de eerste confrontatie met de Franse cultuur, die gelijk al weer een beetje anders dan de Nederlandse bleek te zijn!

Na een uurtje rijden langs o.a. het nieuwe stadion van Olympique Lyon, die mijn ‘ouders’ me heel graag wilden laten zien, kwam ik aan in een klein dorpje. Mijn ‘moeder’ opende het hek en we reden de oprit van een typisch Frans huis op dat het komende jaar ook mijn huis zou zijn. Na een rondje door het huis gemaakt te hebben, besprongen te zijn door 2 enthousiaste honden en mijn koffers naar mijn kamer gebracht te hebben voelde ik me eigenlijk al gelijk thuis. Ik was thuis, op 1000 kilometer afstand van mijn échte huis, met mijn échte familie. Na het avondeten rond 9 uur, en niet om 5 of 6 uur zoals ik in Nederland gewend was, probeerde mijn moeder me een aantal dingen uit te leggen. Ik vroeg haar hoe laat ik moest opstaan. Ik begreep uit haar Franse reactie dat ik om half 6 uit bed moest komen. Dus zette ik mijn wekker.

Toen ik de volgende ochtend naar de keuken liep, vroeg mijn moeder wat ik kwam doen. “Ben je uit je bed gevallen?” “Waarom ben je zo vroeg wakker?” Ik keek haar vragend aan, maar kwam er al snel achter dat zij zelf vroeg opstond, vanwege haar werk, maar dat ík mocht uitslapen tot hoe laat ik zelf wilde. Oeps, verkeerd begrepen, haha. Gelukkig vond ik het natuurlijk helemaal niet erg om weer te gaan slapen.

Een paar uur later heb ik samen met mijn zusje ontbeten, hebben we vervolgens rondgelopen door het dorpje en daarna Monopoly gespeeld. Dat zette me gelijk al aan het denken, want hoe moest ik die miljoenen verdiende euro's toch uitspreken...  ’s Middags wilde mijn broer me de vlakbij liggende stad laten zien. Met zijn auto zijn we de hele stad doorgereden. Ik heb mijn school gezien, het winkelcentrum en de McDonald’s. Hij had met een aantal vrienden afgesproken bij een meer om daar te gaan barbecueën. Het vlees smaakte heel goed, maar het kennismaken met de vrienden van mijn broer ging minder goed. Eén op één lukte het wel om naar elkaars naam, leeftijd en favoriete muziekgenre te vragen, maar in een grotere groep raakte ik de draad al snel kwijt.

Ik kan me nu nog steeds niet voorstellen dat ik mee zou kunnen praten in het Frans. Maar omdat me dat wel geweldig lijkt, ga ik daar enorm m’n best voor doen! Ik hoop dat het langzamerhand steeds beter gaat met de taal, die toch bést moeilijk blijkt! Maar één ding scheelt, nu ik hier in Frankrijk woon ontkom ik er niet aan om Frans te praten én aan te horen. Ik hoef de televisie maar aan te zetten of ik hoor al Franse stemmen. Nooit Engels, want alles wordt ingesproken in plaats van ondertiteld!

Ik ben nu, na 1,5 week aardig gewend aan het Franse leven. Ook mijn school is inmiddels begonnen! Maar meer daarover lees je in mijn volgende blog!

Ik heb ook een video gemaakt over mijn reis naar Frankrijk, die kun je hier bekijken: 

Wat vooraf ging aan mijn jaar in Frankrijk!

Even voorstellen!

Bonjour! Nadat een paar weken geleden mijn mentor mij belde met goed nieuws, was het eindelijk definitief: ik ga een schooljaar naar Frankrijk! Ik ben trouwens Martijn en het lijkt me heel leuk om jullie op de hoogte te houden van mijn jaar in Frankrijk, en dat begint natuurlijk met de voorbereidingen. “Waaróm ga je nou naar Frankrijk?”, wordt me heel vaak gevraagd, dus zal ik proberen om in deze allereerste blog daar antwoord op te geven! Ik vind talen sowieso heel leuk en interessant en ze zijn ook belangrijk bij de opleiding journalistiek die ik wil gaan volgen.

Drie jaar geleden zag ik op internet iets over een High School jaar, en gelijk leek het me geweldig! Toen ik er meer over opzocht, kwam ik erachter dat zo’n uitwisselingsjaar mogelijk is naar heel veel landen! Na ook even getwijfeld te hebben over Engelstalige landen, besloot ik om toch te kiezen voor Frankrijk. Het land waar ik bijna iedere zomer superleuke vakanties heb gehad. Maar ook het land met een mooie, maar ontzettend moeilijke taal! Elke zomer weer stond ik in de supermarkt vragend te kijken, nadat de Franse medewerkers me razendsnel verteld hadden waar ik iets kon vinden, en daar staande kon ik me niet voorstellen dat ik ooit een Fransman goed zou kunnen begrijpen. Dus eigenlijk was de keuze voor Frankrijk snel gemaakt, het lijkt me namelijk geweldig om vloeiend mee te praten met andere Fransen

"Alles ging heel snel na het inleveren van mijn pakket."

Ik heb daarna veel informatie opgezocht en zag dat Travel Active een infodag hield bij mij in de buurt. Verhalen van o.a. oud-studenten overtuigden me alleen maar meer en toen ik thuiskwam heb ik me eigenlijk gelijk aangemeld! Ik kreeg een heel pakket met vragen thuisgestuurd die ik ‘even’ moest invullen. Ik heb veel verteld over mezelf, maar ook mijn huisarts en zelfs mijn lerares Frans moest een paar pagina’s invullen. Omdat alle gastgezinnen ook een soortgelijk pakket moesten invullen, kon de Franse partnerorganisatie een gastgezin zoeken dat zo goed mogelijk bij mij zou passen.

Op 10 januari had ik mijn interviewbijeenkomst in Venray. Ik werd geïnterviewd (in het Engels!) door Meghan, een lid van het High School team dat zelf ook een High School jaar gedaan heeft.  Ik had van tevoren totaal geen idee wat ik moest verwachten, maar uiteindelijk viel het heel erg mee. Ik moest wel even nadenken over mijn goede en slechte eigenschappen, maar verder kon ik alle vragen heel goed beantwoorden! Op 27 maart heb ik uiteindelijk mijn aanmeldingspakket ingeleverd, en daarna ging het heel snel! Nadat ik op 7 april bericht kreeg dat mijn pakket was verstuurd naar de Franse organisatie, kreeg ik op 10 april al bericht dat ik geaccepteerd was! Ik kreeg te horen dat het ongeveer 3 maanden zou duren voordat mijn gastgezin bekend zou worden. Daarom werd ik op 13 april dan ook heel erg verrast toen ik gebeld werd door Travel Active met het nieuws dat er een gastgezin gevonden was. Ik ga wonen in een dorpje op 60 kilometer afstand van Lyon.

Foto's en verhalen uitwisselen met mijn Franse gastgezin

Ik heb mijn gastgezin gelijk gemaild, en meteen daarna werd ik al toegevoegd op Facebook en begon ons contact! Mijn gastmoeder was ook heel erg benieuwd naar hoe en waar ik woonde, en ik natuurlijk naar het huis waar ik zal gaan wonen, dus we hebben al veel foto’s uitgewisseld. Ook hebben we al heel veel verschillen besproken, waaronder één heel groot verschil: de fiets. Ik ben in Nederland zo erg gewend om te fietsen, terwijl mijn Franse moeder haar kinderen niet eens heeft leren fietsen, laat staan dat ze überhaupt een fiets hebben!  Als ik hier in Nederland naar school ging, een feestje had of even naar de winkel moest, ging ik altijd fietsen zodat ik nergens van afhankelijk was. In Frankrijk zal ik dus waarschijnlijk altijd vervoer moeten regelen. Maar ach, dat went vast ook snel!

Een aantal weken geleden was de Pre Departure Orientation. Studenten die de hele wereld over gaan kwamen allemaal naar Arnhem, als laatste stap voor het vertrek. Nadat we eerst uitgebreid uitleg kregen over het vertrek, de cultuurschok en het jaar op zichzelf, werden we vervolgens naar een andere ruimte gebracht. Iedereen kon aan de tafel met de vlag van zijn of haar land gaan zitten, en daar vragen stellen aan een oud-student die ook naar dat land geweest was. Als afsluiting gingen we allemaal met de vlaggen op de foto. Omdat ik de enige ben die naar Frankrijk gaat en er ook maar één iemand naar Ierland gaat, hebben we een Europafoto gemaakt, met iedereen die naar een land in Europa gaat! En ja… de Franse vlag hangt op de kop… oeps!

Het aftellen is begonnen!

Inmiddels heb ik met mijn diploma-uitreiking definitief mijn middelbare schoolperiode afgesloten en is het aftellen begonnen! Op 27 augustus vlieg ik naar Lyon en word ik daar opgehaald door mijn gastgezin. Ontzettend leuk, líjkt dat! Maar als ik er heel eerlijk over ben, is het eigenlijk heel erg dubbel… aan de ene kant heb ik er (hoe lastig het in het begin ook zal zijn,) super veel zin in om te leven tussen de Fransen. Maar aan de andere kant heb ik het hier in Nederland ook heel leuk! Nadat de examens erop zaten, ben ik veel gaan werken (en dus veel gaan verdienen!) en begon een tijd met vakanties, feestjes en veel uitgaan. En dan laat ik dát, mijn familie en vrienden allemaal achter me, een jaar lang!

Soms heb ik er daarom zelfs even helemaal geen zin meer in en stel ik mijzelf ook steeds vaker de vraag: “Waaróm ga ik nou naar Frankrijk?”. Maar als ik dan bedenk hoe geweldig het daar zal zijn, wat ik allemaal wel niet mee zal maken, is dat negatieve gevoel ook gauw weer weg! Ik denk dat dit een enorme ervaring wordt om nooit te vergeten.


Ik heb dit bericht geschreven voor de blog van Travel Active: https://www.travelactive.nl/ervaringen/high-school/high-school-in-frankrijk-wordt-een-ervaring-om-nooit-te-vergeten, en het vervolgens ook hier op mijn eigen blog geplaatst.