Martijn in Frankrijk

De 'magie' van het onder de Fransen zijn.

"Hey, jij komt toch uit Nederland?”, dat was de eerste vraag die ik kreeg net nadat ik binnen kwam op mijn Franse school. Het duurde even voordat ik me besefte hoe het kon dat iemand in het Nederlands tegen me praatte, op honderden kilometers afstand van Nederland. “Ik kom van België, dus daarom praat ik ook Nederlands!”, zei ze. Naast haar stond een ander meisje ons vragend aan te kijken, ze begreep duidelijk niet waar wij het over hadden. Ik stelde me voor in het Engels, dat begreep ze gelukkig wel, want vervolgens vertelde ze me dat ze Amerikaans was. Al snel begreep ik dat ik niet de enige was die moest zien te ‘overleven’ op een anderstalige school! Dat moment was dan ook het begin van mijn schooljaar in Frankrijk.

De eerste les die ik had die dag was FLE. “Français Langue Étrangère”, Frans voor buitenlanders. Samen met mijn klasgenoten van over de hele wereld (Amerika, China, Rusland, Oostenrijk, Duitsland, België en Italië) kregen we een rondleiding door de school. Vervolgens kregen we ons rooster, dat voor mij vooral bestaat uit talen. Tien uur Frans, zeven uur Engels, twee uur Geschiedenis in het Engels en vijf uur Spaans per week. Daarnaast heb ik nog een aantal uur gewoon geschiedenis, twee uur sport en twee uur per week een soort project.

                   Met mijn 'internationale vriendengroep'

Inmiddels ben ik ruim een maand in Frankrijk, dus vandaag zal ik even terugblikken op mijn eerste weken hier. Ik zal eerlijk zeggen dat de taal me in het begin ontzettend tegenviel. Ik dacht wel een beetje Frans te kunnen, maar toen ik hier ineens tussen alle Fransen zat, die supersnel praten en accenten en gewoontes hebben, werd het toch ineens een stuk lastiger! Ik vroeg me af hoe ik ooit beter Frans zou leren, als ik er toch niks van begreep. Maar sinds deze week begin ik voor het eerst echt de ‘magie’ van het onder de Fransen zijn te merken. Ik merk dat mijn woordenschat op een of andere manier steeds uitgebreider wordt, en dat gaat helemaal vanzelf. Soms zeg ik een woord waarbij ik me afvraag “Wat betekent dat eigenlijk in het Nederlands?”. Maar toch, omdat ik het woord onbewust een keer in een bepaalde context gehoord heb, heb ik het onthouden en weet ik wanneer ik het kan gebruiken, en wat ik ermee kan zeggen. 

Lastiger is dat bij woorden om iets negatiefs uit te drukken. Ik vang (onbewust) genoeg woorden op om te zeggen dat ik iets niet zo leuk vind. Maar ik durf ze niet allemaal zomaar te gebruiken, omdat het ene woord wat heftiger is dan het andere. Maar ach, mijn klasgenoten vinden het in ieder geval geweldig als ik een (scheld)woord gebruik dat net iets te heftig is voor een bepaalde situatie. Dan vindt iedereen mij grappig, terwijl ik van niks weet en me afvraag waarom iedereen lacht! :)

In de eerste weken wilden klasgenoten vaak ook in het Engels tegen me praten om me te helpen. Het was heel verleidelijk om gewoon in het Engels mee te praten, maar ik besloot om gelijk zo veel mogelijk in het Frans te praten, omdat het praten dan ook het snelst makkelijker zou gaan. Ik ben gelukkig niet bang om een fout te maken, want dat helpt me juist heel erg! In het Frans zijn bijvoorbeeld alle woorden mannelijk of vrouwelijk, dat is belangrijk voor het lidwoord dat je ervoor moet zetten, le of la. Je kunt het een beetje vergelijken met ‘de en het’ in het Nederlands; er is geen regel voor, maar iemand met Nederlands als moedertaal hoort direct welk lidwoord je moet gebruiken. Mijn Franse klasgenoten zijn echt heel behulpzaam, dus als ik ze bijvoorbeeld vertel over ‘de boek’, dan zeggen ze me direct dat het ‘het boek’ moet zijn. En ik denk dat het veel aanhoren van de taal en het maken van veel fouten, de beste manier is om een taal goed te leren.

Al heel wat weken ben ik onderdeel van een gewone Franse klas, ik probeer net als de anderen mijn huiswerk te maken, en mee te schrijven in de les. Dat meeschrijven is nog best lastig, want de meeste leraren praten ontzettend snel! Als ik goed luister begrijp ik vaak wel wat ze zeggen, maar het opschrijven houd ik dan weer niet bij, omdat ik ook weer goed wil luisteren naar de volgende zin! Het is dan vaak makkelijker als leraren het zelf opschrijven op het bord, zodat ik het gewoon over kan nemen. Tenminste, als ze duidelijk schrijven. Uit het gekrabbel van Nederlandse leraren, kon ik altijd nog wel raden wat er zou moeten staan, omdat ik de woorden ken. Maar als leraren hier onleesbaar schrijven, kan ik met geen mogelijkheid raden wat ze met hun gekrabbel bedoelen! Omdat bijvoorbeeld het maken van notities in Nederland zo vanzelfsprekend was, had ik nooit voorzien dat ik nu ineens tegen dat soort kleine dingetjes aanloop!

Als onderdeel van mijn Franse klas sta ik dus ook als een echte Fransman tussen mijn Franse klasgenoten op de klassenfoto en op de klassenlijst. Alleen iedere keer weer wanneer een leraar de klassenlijst langsgaat om te controleren of iedereen aanwezig is, is mijn naam weer een probleem. Het is voor Fransen moeilijk om te snappen dat de ‘i’ en de ‘j’ samen de ‘ij-klank’ vormen. Fransen noemen me dan dus ook al gauw Martin (uitgesproken als Martain) of Martine (uitgesproken als Martien). Een paar dagen geleden had ik er een uitgebreid gesprek over mijn naam met mijn Spaans-leraar. Hij was er van overtuigd dat namen altijd een vertaling hebben in een andere taal. Maar ik vertelde hem dat de (Franse) naam Martin, ook bestaat in het Nederlands, dus niet een vertaalde versie van Martijn is. Ook vertelde ik hem dat het Frans-Nederlandse eiland ‘Saint-Martin’ in het Nederlands vertaald wordt als ‘Sint-Maarten’, en dat dat dus zou betekenen dat de vertaling van de Franse naam Martin, in het Nederlands Maarten is. Toen ik vertelde dat in het Nederlands naast Martijn, Martin en Maarten ook de namen Mart, Marijn, Martinus, Marinus en ook nog allerlei varianten voor meisjes bestaan, snapte hij er helemaal niks meer van. “Waarom hebben je ouders je Martijn genoemd, en niet 'gewoon' Martin?” “Ik zou het niet weten”, antwoordde ik. “Voor ons is Martijn net zo’n gewone naam als Martin!” Hij vond het heel bijzonder om te horen dat Nederlandse namen zoveel variaties hebben, in het Frans bestaat dat helemaal niet, zei hij. En dat is slechts één van de vele gesprekken die ik gehad heb over de verschillen in taal en cultuur tussen Nederland en Frankrijk. Ik vind het heel erg interessant, dat er tussen Nederland en Frankrijk, een land dat relatief dicht bij Nederland ligt, toch nog zo ontzettend veel verschillen zijn. 

Vorige week kwam een Franse klasgenoot naar me toe met de vraag: “Is het eigenlijk waar dat mensen in Nederland veel fietsen?” “Oh, je wilt niet weten!”, antwoordde ik. Ik dacht terug aan het weekend daarvoor, toen er een vriend van mijn gastouders was blijven eten. Hij had namelijk dezelfde vraag! Hij wist niet wat hij zag toen ik hem foto’s liet zien van Nederlandse fietsenrekken en fietsenstallingen. 

Maar ik kan hun verbazing goed begrijpen! Ik overdrijf niet, als ik zeg dat ik tijdens mijn afgelopen maand in Frankrijk, op wat wielrenners na, niet één normale fietser gezien heb. Mensen fietsen hier alleen voor de sport, want om zich te verplaatsen gaan ze lopend, met de auto of het openbaar vervoer. Ik geef ze ook geen ongelijk, want over dezelfde afstand, zou ik Frankrijk tien keer zo lang fietsen als in Nederland vanwege het bergachtige landschap.

Een ander (groot) verschil tussen Frankrijk en Nederland voor mij, is het toetsenbord. Grappig eigenlijk, hoe zoiets kleins toch weer zo anders kan zijn. In Nederland gebruiken we een qwerty-toetsenbord, vernoemd naar de 5 toetsen linksboven op het toetsenbord. In Frankrijk zijn de eerste 5 letters: a, z, e, r, t en y. Het Franse toetsenbord is dus aangepast op de Franse taal. Om het makkelijker te maken om een accent op een letter te plaatsen zit op de plaats van onze 4-toets bijvoorbeeld een E met een accent. Je gebruikt de shifttoets om van tekens en accenten weer cijfers te maken. Terwijl je in Nederland juist de shifttoets gebruikt om van cijfers tekens te maken! Aangezien ik blind heb leren typen op een Nederlands toetsenbord, zitten mijn teksten op de schoolcomputers ook steeds vol fouten. Mijn vingers weten niet anders dan dat de z-toets linksonder zit, terwijl er op een Franse computer ineens een w staat na die letter ingetypt te hebben. 

Het grappige is dat ik na een maand hier mezelf nu ook steeds vaker betrap op fouten, wanneer ik typ op mijn eigen Nederlandse laptop. Onbewust begin ik toch de wennen aan de Franse plekken van de letters op het toetsenbord. 

Misschien begin ik dan toch steeds een beetje meer Fransman te worden?

Reacties

Reacties

Dinie Beumer

Hoi Martijn wat leuk om te lezen hoe het met je gaat daar in Frankrijk.Fijn dat je de taal steeds beter gaat begrijpen, ik denk dat je over een paar maand vloeiend frans praat en misschien wel net zo snel als de fransen. Ik heb ook nooit geweten dat daar een toetsenbord anders is dan hier. Ik hoop dat alles verder goed gaat met jouw, en ik kijk al uit naar een nieuw verhaal van jouw, groetjes van Willem en Dinie Beumer.

Tonnie Simons

Hallo Martijn , we hadden gehoord dat het je goed ging in Frankrijk . Na dit gelezen te hebben , is het nog duidelijker , veel plezier dit (schooljaar) , groeten Marietje en Tonnie simons

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!